is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 42, 1924, no 11, 12-03-1924

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dergelijk hoog stgunstig tijdsverloop van stroom en spanning.

ledereen, die met lasschen te maken heeft gehad, weet verder, dat een groot deel van den tijd, dien de lassclier noodig heeft, wordt gebruikt met het bekijken, het verstellen, het schoonmaken etc. van het werkstuk. Het ~Almag”-toestel gebruikt nagenoeg geen stroom, indien er geen boog getrokken wordt, terwijl het stroomverbruik van de motor-dynamo-combinatie, ook bij leegloop, gerust op 20°{, gesteld kan worden. Verder is een voordeel van het wisselstroomlasschen, dat de wisselstroomwerking een zoogenaamd,,bijtenden’ invloed op het materiaal uitoefent, en de krater, welken men met de electrode in het materiaal bijt tijdens het lasschen, dieper is dan met gelijkstroom. Hieruit volgt, dat gemakkelijk een betere en meer homogene materiaalverbinding wordt verkregen.

Ivast not least : is de pri]s van het bovenstaande toestel ca. 1/3 van dien van een dynamo-motor-aggregaat, en het is dus het aangewezen werktuig om het lasschen langs electrischen weg veel meer populair te maken, dan dit tot nog toe het geval w'as.

Onderstaand een berekening van tijd en stroomverbruik bij een draai-stroom-gelijkstroom-omvormaggregaat en een ~Almag” wisselstroomlaschtoestel.

Aangenomen wordt : in één laschuur wordt

Y> uur werkelijk gelascht ; uur benoodigd voor noodzakelijk oponthoud, reinigen en verstellen en beschouwen van het werkstuk etc. Rendement : van het omvormaggregaat aangenomen op 70°„ (is in werkelijkheid geringer).

Fig. 4. ”Almag” Electrisclie Puntlasclmiachine

van het ~Almag” wisselstroom-laschtoestel op 80%

Draaistroom-gelijkstroom-omvorm-aggr egaal

Indien wordt gewenscht een laschstroom van. . 150 Amp

en 18 Volt

hetgeen geeft 2.7 K.W dan verbruiken de weerstand

en de smoorspoelen ca. 8 Volt, en wordt dus totaal verbruikt : 150 X (18 + :i) = 8.15 K.W

Bij een rendement vair den omvormer van 70% wordt van den aandrijvingsmotor afgenomen 3.15 : 0.7 = . . . 4 5 K.W

Het rendement is echter te hoog gerekend en practisch komt hoogstens 64% in aanmerking.

Het bovenstaande geeft bij ] uur arbeid 4.Ö X 0.5 = ’ ■ ■ • ■ 2.25 K.W.U

waarbij komt % uur leegloop met ca. '' 20% stroomverbruik 4.5 X 0.2 = 0.9 K.W. ; hetgeen dus gedurende % geeft 0.9 X ’% = K.W.U

hetgeen totaal maakt 2.70 K.W.U.

In het algemeen zal de verhouding nog ongunstiger worden als boven weergegeven. Gewoonlijk wordt door den voorschakelweerstand en de smoorspoelen meer gebruikt en heeft het omvormaggregaat een geringer rendement en loopt tevens meer dan 50% van den tijd onbelast.

~Alntag” Wisselstroom-lichtboog-laschtoesiel.

Het rendement is 80%. Bij wisselstroom lascht men met een ca. 20% hoogere stroomsterkte, hetgeen geeft een laschstroom van 150 X 1,2 = . . .180 Amp

De laschsparming is bij den lichtboog geringer en bedraagt ca '16.5 \ olt

hetgeen maakt .... 2.97 K.W

Bij een nuttig effect van 80% bedraagt de energie-afname uit het net 2.97 : 0.8 = . . . ■ 9.71 K.W- Dit gedurende >/, uur verbruik, geeft 3 71 X % = 1-86 K.W.U

Fig. 3. ”Alniag” Electrisclie Stomplasmacliine