is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 42, 1924, no 18, 30-04-1924

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Veelal kwam in zijn plaats de accumulatorwagen, die ontegenzeggelijk talrijke voordeelen biedt tegenover zijn voorganger ; ook hierbij is evenwel het werkingsgebied zeer beperkt en het eigengewicht vrij hoog.

Een omwenteling bracht de verbrandingsmotor te weeg ; nu werd het mogelijk, lichtere, snellere wagens te nemen, die, onafhankelijk van alle kolen-, water- en electrische laadstations, willekeurig lange afstanden zonder chenstonderbreking konden afleggen.

Daar echter vooreerst hiervoor nog geen bruikbaar mechanisch drijfwerk bestond, paste de Allgemeine Elektricitats-Gesellschaft bij hare motorwagens electrische krachts overbrenging toe en wel zoo, dat een verbrandingsmotor een dynamo dreef, die den stroom afgaf aan twee op de voertuigassen werkende trammotoren.

De aldus uitgeruste wagens hebben jaren lang in den dienst uitnemend voldaan ; thans verbiedt de betrekkelijk hooge aanschaffingsprijs hun gebruik uit te breiden.

Opnieuw begon men zich daarom aan het onderwerp der mechanische kracht-overbrenging te wijden en vond ten slotte een gunstige oplossing.

Na grondig onderzoek, dat allereerst ten doel had zacht aanzetten van den wagen en schokvrije snel; heidsregeling te bereiken, ! slaagde de A.E G. er in ) samen werkende met de j Nationale Automobil-Ge/ sellschaft, te Oberschöneweide (N.A.G.), die in hare werkplaatsen het machinale drijfwerk der motorwagens vervaardigde —een drijfwerk geheel, te verkrijgen, dat volkomen met de electrische krachtsoverbrenging wedijveren kan.

L)e hiervan voorziene voertuigen onderscheiden zich door hun gering gewicht, zoodat zij zelfs bij kleinen toegelaten asdruk, meestal slechts 2 assen behoeven tehebben.

Zij zijn zoowel in aanschaffing als in den dienst goedkooper dan bovenbedoelde voertuigen en bestand tegen alle eischen, die aan een spoorweg-motorwagen kunnen worden gesteld.

Fig. 5. 6 Cilinder X.A.G. verbrandingsmotor. Vermogen 75 P.K. , bij 950 omw. p/ minuut.

Principièele samenstelling

Hoe bij deze motorwagens de zeer eenvoudige machinale constructie is samengesteld, blijkt uit afb 1 en afb. 2.

In een licht, doch volkomen stevig onderstel is de verbrandingsmotor A met den af koeler BI geplaatst.

Desvereischt kan de afkoelwerking door een aan het andere uiteinde van het onderstel geplaatsten aanvullingskoeler worden versterkt.

De motoras-verlenging loopt door tot aan den versnellingsbak C, waarachter de omkeer-inrichting D is aangebracht.

Van hier uit gescliiedt de wagenas-beweging, door een kardan-as met twee geleidingen, bij E.

Verder zijn in de afbeeldingen aangegeven de brandstoftank E en de voor het aanzetten van den motor benoodigde accumulatorbatterij G, welke ook den stroom voor de electrische verlichting levert.

Motor. De op en tusschen de stelbalken geplaatste () cilinder-verbrandingsmotor {afb. 3, 4 en 5) werkt als viertakt en ontwikkelt met lichte benzine bij 950 omw. p/minuut en een luchtdruk van 760 mm : 75 Pk.

uigc \ cui \ uci massa s loopt hij zonder schokken of trilling en behoeft daarom niet veerend op het onderstel te worden bevestigd; evenmin was het noodig, geluiddempende tusschenlagen in te voegen.

De 6 cilinders met hun aangegoten koelmantels staan twee aan twee in 3 kolommen naast elkaar.

Door de in den cilinderkop hangend geplaatste kleppen kan een groot vermogen bij uiterst zuinig brandstofverbruik worden verkregen.

De klepstangetjes zijn verstelbaar ten einde |hun natuurlijke afsluiting gemakke-

Binneu-aanzicht van een bestuurdershut (Amagerbaan).