is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 42, 1924, no 48, 26-11-1924

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezuiniging o]> de gewone uitgaven in haar geheel is dus geeu sprake.

Zwakheid van den Minister blijkt voorts uit zijn geringen weerstand tegen den drang, die vrij algemeen op de departementen aanwezig schijnt, om het aantal ambtenaren uit te breiden en hun een rang te verleenen, die niet in overeenstemming is met den aard van het verrichte werk. Zoo wordt b.v. op bladz. 133 van het vierde verslag der Bezuinigingscommissie medegedeeld, dat op 1 Januari 1924 op het dei)artenient 117 ambtenaren aanwezig waren, terwijl door die Commissie een aantal van (54 voldoende werd geacht. Blijkbaar ondervindt de Minister weinig medewerking van zijn ambtenaren bij de reorganisatie van den dienst. Men betreurde dit zeer en merkte op, dat het dringend noodig is, dat daaromtrent in de ambtenaarswereld juistere begrippen komen. Waar behoorlijk gewerkt wordt, moet ook een goed salaris worden gegeven, maar de omstandigheid, dat er zooveel ambtenaren te veel zijn, vormt daarvoor een beletsel. In plaats van met kracht in te gaan tegen bovenstaande opvattingen van zijn ambtenaren, schijnt de Minister zich geroe])en te achten, daaraan steun te verleenen.

In verband hiermede werd ter sprake gebracht de brief, dien de Minister aan de Bezuinigingscommissie deed toekomen, naar aanleiding van haar voorstellen tot vereenvoudiging van eu bezuiniging op de werkwijze, die gevolgd wordt aan het Hoofdbestuur der Posterijen, Telegrafie eu Telefonie. Deze brief, afgedrukt op bladz. 21(5 vau het vierde verslag der Bezuinigingsconimissie, had bij vele leden opzien en ergernis verwekt. In de ambtelijke briefwisseling zijn zekere vormen in acht te nemen, die ook een Minister niet dient te verstoren. Deze vormen worden echter in dien brief veel te weinig in acht genomen. Het gaat bovendien niet aan, de eigen onmacht, om een noodige en behoorlijke reorganisatie tot stand te brengen, door een dergelijken brief oj) rekening der Commissie te schuiven.

Andere leden meenden, dat het verzet van den Minister was gericht tegen de werkmethode en de onjuiste gegevens van de Bezuinigingscommissie, niet tegen de bezuiniging zelve. Dat de bezuiniging bij het Hoofdbestuur van de Posterijen, de Telegrafie en Telefonie niet is tegengehouden, blijkt trouwens uit de inmiddels plaats gehad hebbende afvloeiing van personeel. Indien deze onderstelling juist is, zouden deze leden gaarne meer uitvoerig vernemen, welke bezwaren de Minister tegen de werkmethode der Commissie meent te kunnen aanvoereu en welke onjuistheden door de Commissie, naar de meening van den Alinister, zijn begaan.

Vele leden waren teii zeerste ontstemd over de wijze, waarop de Alinister antwoord heeft gegeven oj) een vraag van het lid dezer Kamer, den heer Kersten, met betrekking tot de Zondagsrust van het spoorweg]rersoneel. Zij achtten het den plicht van den Alinister om bij de beantwoording van vragen te ])ogen, zich een denkbeeld te vormen van de bedoeling, die de steller daarmede heeft. Uit het gegeven antwoord blijkt, dat de Alinister van deze bedoeling geen begrip heeft of er geen rekening mede wil houden. Verlangd mag worden, dat een ernstige vraag door den Alinister op ernstige wijze wordt beantwoord en dat geen antwoord wordt gegeven, waarbij de bedoeling der vraag wordt miskend.

Autobusvraagsluk

Vele leden drongen aan op een wettelijke regeling van het verkeer met autobussen, waarbij echter in het oog zou moeteu wordeu geliouden, dat het gebruik van deze voertuigen niet moet worden verboden of belemmerd, omdat dit vervoermiddel oj) het platteland aan het publiek goede diensten bewijst. Wel is waar hebben verscheidene gemeentebesturen voorschriften in het belang van de veiligheid gegeven, doch er bestaat geen uniformiteit ten aanzien van deze voorschriften. De houders van autobussen ondervinden hierdoor veel last, omdat deze voertuigen dikwijls worden gebruikt in het interlocale en het interprovinciale verkeer. Daarom is het gewenscht de noodige voorzieningen bij de wet te treffen. Bij deze wet zouden dan voorschriften moeten worden gegeven omtrent het voertuig eu de motor, de aans])rakelijkheid bij schade en de dienst en rusttijden- van het personeel, zooals bijv. in de locaalspoor- en tramwegwet is geschied. In ieder geval achtten de hier aan het woord zijnde leden het noodig, dat zeer spoedig een regeling wordt getroffen, waarbij verboden wordt een autobusdienst te openen zonder voorafgaande vergunning van de overheid. Bij het verleenen van de vergunning zouden dan de noodige voorwaarden kunnen worden gesteld, waarbij de bovenbedoelde onderwerj)en zouden kunnen worden geregeld.

Motor- en Rijwielwel

De hoop werd uitgesproken, dat, wanneer het ontwerp tot wijziging van deze wet zal zijn tot stand gekomen, het bij art. 17 bedoelde onderzoek naar de lichamelijke eu geestelijke gesteldheid van chauffeurs vau eeuvoudigeu aard zal zijn. Daartoe zou b.v. van de hulp van een huisarts kuuuen wordeu gebruik gemaakt. Alen sprak de hoop uit, dat de Aliuister weerstand zou bieden aaii deu aandrang om daartoe een omvangrijk onderzoek door s])ecialisten in te stellen of de candidaat-chauffeurs ])sycho-technisch te laten onderzoeken.

vSommige leden merkten ojp dat de Oosterstoonitrammaatschap])ij in den laatsten tijd haar tarieven zoozeer heeft verlaagd, dat daarvan een groot verlies op de exploitatie het gevolg moet zijn. Die verlaging schijnt te zijn ingegeven door den wensch om aan de concurreerende autobussen haar bestaansmogelijkheid te ontnemen ; de tarieven van de trams zijn tliaus niet onbelangrijk lager dan die der autobussen. Desniettemin blijft een deel van het ])ubliek op de bussen gesteld, zoodat die toeleg toch tot mislukking gedoemd schijnt. Aangezien het Rijk bij deze maatschappij financieele belangen heeft, stelden deze leden de vraag, of de Regeering de tarievenpolitiek dier maatschappij kan goedkeuren en of daardoor de belangen van het Rijk niet zullen worden geschaad. Andere leden kwamen tegen het bovenstaande oj). Zij meenden te weten, dat het nieuwe tarief voor de maatschai)]nj tot zeer goede financieele uitkomsten leidt.

Aanleg van lijnen.

Opgemerkt werd, dat zoolang nog niet met zekerheid kan worden gezegd, of in de toekomst het vervoer in bepaalde gevallen goedkooper kan plaats hebben per si)oorweg dan per tram, vrachtauto of vaartuig,