is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 43, 1925, no 36, 09-09-1925

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij een tweede stelsel slaat een schijf van nO cni middellijn omlaag en komen tegelijk 2 lampen in gloeiing, wat wel goed voldeed.

Bij een derde soort signaalinrichting van de man Co. te Bos Angeles geraakt een verlichte schijf in slingering en klinkt tegelijk een signaalklok. Dit toestel voldoet zeer goed.

Na een ernstig ongeval werd een automatische meldings-dienst met daaraan gekoppelde zelfwerkende grendeling der seintoestellen van de beide kruisende lijnen ingevoerd.

Door een .‘>oo m van het kruisingspunt verwijderde blokjiost worden signaalarmen, in verbinding met aangloeiende lanpien, in werking gebracht.

Tot besluit noemt de spreker de volgende niet met het voorafgaande samenhangende wenschelijke ]nuiten O]), n.l. betreffende :

Niet toestaan van goedkoopere tarieven voor abonnementskaarten.

Het bevorderen van gelijksoortige boekhouding, ten einde de bedrijfskosten van verschillende ondernemingen te kunnen vergelijken.

Internationaal geregelde gelijke inrichting der stopplaatsen.

De meening, dat wagens met middenbalcon het minst gevaarlijk zijn, verdient algemeen ingang te vinden.

IMogelijkheid van toepassing van automatische veiligheidsinrichtingen bij overwegen. Bij sterk verkeer o]i de wegen en straten, eventueel, niet-autoniati.sche bewaking der overwegen.

Zwaardere bovenbouw voor electrische dan voor etoomlijnen.

Voortgezette invoering der constructie van geheel veerend opgehangen motoren.

Bevordering van grootere snelheden en van het verder binnendringen met de tram in de .steden, wegens autoconcurrentie.

Streven naar dubbelspoor-aanleg bij bunrtlijnen. De bedrijfsko,sten per plaats en per km, zijn bij electrische lijnen lager dan bij autobuslijnen.

Bevordering van het normaliseeren der tramwageirs en van de beste veerophanging.

Al of niet éénman-bediening afhankelijk maken vair de verhouding : ontvangsten tot arbeidsloonen.

De stadstram kan onmogelijk door autobussen worden vervangen.

Aanduiding van steeds slechts ééne straat, bij kruisingen, als hoofdstraat.

Schoolonderrichting in de verkeersregelen en bestraffing van vergrijpen daartegen.

Verbod van kindersjrelen op straat

2e Congresdag, 25 Juni 1925,

Over samenlassching van spoorstaven op de vrije baan. s])reekt de directenr-generaal Schwab van de ~Rheinische Bahn-Oesellschaft”, Dü.sseldorf.

Vooraf geeft hij een overzicht van de geschiedkundige ontwikkeling der laschconstructies, gaat dan over naar den Thermitlasch, doet verder met behulp van lichtbeelden nitkonien, welke de onderscheidene werkwijzen zijn en welke materiaalproeven werden genomen en hoe het stelsel zich ontwikkeld heeft.

Dan behandelt hij uitvoeriger het lasschen met Thermit van oir de baan liggende sporen.

Hierbij moet men vooral letten op de warmteuitzetting en op het ~kruipen” der spoorstaven.

Aaneengelaschte rekken sjroorstaven van (50 m lengte leveren, ook bij gewone laschplaatverbinding

aan de niteinden geen bezwaar op ; bij grootere lengten moet steeds een dilatatie- of ~nitzettings”-lasch van bijzondere samenstelling worden aangewend.

Bij op bruggen en in tunnels gelegde si)oren zijn de om.standigheden voor deze lassching vooral gunstig en de tot dns ver aarzelende houding der si)oorwegbovenbouwingenieurs ten aanzien van den Thermitlasch zullen zij wel s])oedig laten varen, hoe meer zij de groote economische voordeelen en de groote mate van betrouwbaarheid daarvan zullen beseffen.

Ook de Dnitsche Rijkss])oorwegen hebben in den laatsten tijd groote lengten vrij en in tunnels liggend S])oor aaneengelascht.

IMet succes wordt de Thermitmethode bij overgangslasschen en bij wissels toegepast.

Zoo zonden de Dnitsche Reichsbahnen, bij een totale jaarlijksche uitgaaf van 2öO niillioen Alark, 75 tot 100 millioen aan s])Ooronderhoudskosten besparen, wanneer zij algemeen met Thermit zonden lasschen ; daarbij is dan nog de stellig ook zeer groote besparing o]> onderhoud van het rollend materieel niet medegerekend

Dat de Thermitlasch goed voldoet, is boven allen twijfel verheven ; de voor 15 en meer jaren gelaschte Vignola-rails vertoonden nog geenerlei breuk.

De „Rheinische Bahngesellschaft” heeft sedert 2 jaar groefrailspoor niet l(i.r)9ö Thermitlasschen, waarvan er nog geen enkele gebroken is; 10.(Kil railverbindingen zijn electrisch gelascht.

Deze laatste methode bleek voor nieuwe verbindingen ongeschikt.

Sedert 1920 worden ook oude, aan de uiteinden ingekorte Vignola rails. Profiel Preussen Ila, met 27 kg/m railgewicht, die een laddruk van 4 ton bij 40 km rijdsnelheid moeten uithouden, in lengten van 1000 m met Thermit gelascht.

Dit spoorgedeelte ligt thans nog in goeden toestand en zal wel 5 tot 8 jaar goed blijven, terwijl een evenwijdig daarmede liggend electrisch gelascht spoor op vele plaatsen scheuren in de naadlassching vertoont.

Bij het leggen van een nieuw ~sterker profiel, -Prof. Preussen (i met 54,4 kg gewicht per strekkenden ni, werden 4 m, 5 m en 6 m spoorstaven tot rekken van (50, 75 en 90 m lengte tezamen gelascht, die door een normale lasch met tot 20 mm tusschenruimte aan het overige spoor verbonden waren; verankeringen zijn niet aangebracht.

Hier ter plaatse, evenals o]) de andere trajecten, is het spoor tot aan den railkop met steenslag opgevuld.

Bij normale temperatuurverschillen kwamen tot nu toe geene bezwaren voor ; hoe dit zijn zal bij optreden van groote hitte, valt nog niet te zeggen.

Doelmatig ware wellicht, de spoorstaven op min kostbare wijze tegen zonbestraling te ondmllen door een laag asch-cement.

Dat de bedrijfszekerheid van aaneengelaschte s])oorstaven tot een lengte van 120 m, wat breuk en doorknikken betreft, groot is, schijnt vooral bij lichte bedekking buiten twijfel.

Aangaande het aaneenlasschen van langere trajecten zijn nog geen stellige ervaringen bekend, evenmin over de noodzakelijkheid van verankeringen.

Hieroj) volgt een verslag van den Directeur der Allgemeinen Berliner Omnibusgesellschaji”, Regierungsrat Dipt. Ing. Quarg : Over de tegenwoordige constructie en de verbeteringen bii den bouw van automobielen’.

Hij doet hierin een helder licht vallen op de bestaande toestanden in den auto-bouw voor binnen-