is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 43, 1925, no 40, 07-10-1925

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel, dat de locaalspoorweg niet veel zal moeten rekenen op plaatselijk passagiersvervoer. i\laar reeds bij den opzet werd allereerst gerekend op het vervoer van bieten, aardappelen en fruit, de massa-artikelen van den Zuid-Bevelandschen landbouw, die de vrachtauto’s nooit snel genoeg zullen kunnen verwerken. Kn het havenmotief, dat ten opzichte van het bieten vervoer nog voor Tholen kon worden aanvaard, omdat dit niet groote eiland verscheidene haventjes heeft, waarvan er allicht één voor een bietenteler makkelijk te bereiken is, dat motief gaat niet op voor het zooveel grootere Zuid-Beveland, waar het voordeel van een haven beperkt blijft tot de naaste omgeving.

]\laar zelfs voor het passagiersvervoer is het verstandig niet te geiieraliseeren.

Het onderling plaatselijk verkeer van Zuid-Beveland moge dan ook later voornamelijk per autobus geschieden, er is toch ook een doorgaand verkeer. Personen, die verder Nederland in willen per spoorweg, zullen zeker meer gemak hebben van de op het station te Hoes aansluitende locaaltreinen, dan van de autobus. Bovendien zullen sommige trajecten bijv. van Hoedekenskerke naar Goes, een belangrijken schakel kunnen vormen in het doorgaand verkeer van Zeeuwsch Vlaanderen. Immers daar komen de provinciale stoombooten uit Terneuzen aan, en de daarmee aangevoerde doorgaande reizigers gaan natuurlijk per locaaltrein naar het station te Goes. Dan is er nog altijd een veiligheidsfactor, die ook zijn invloed op tal van personen zal hebben. In een autobus rijden op de Zuid-Bevelandsche wegen, die een onhebbelijke gewoonte hebben om boven op de dijken te liggen, geeft een onbehaaglijk gevoel als het bietentijd is. Als dan naast zoo’n glibberigen, dikbeklonterden dijkweg een vast stel rails ligt, waarover veilig een locaalspoortje rijdt, dan weet ik het zoo net niet.

Neen, een besliste overwinning van de autobussen is hier zeker niet te constateeren, al hebben ze ook den doorslag gegeven bij het niet-doorzetten van de jdannen van den Thoolschen Het is o]> iedere plaats weer anders.

(Nieuwe Rott. Crt.)

De aanleg van Spoor- en Tramwegen in stedebouwkundig verhand. Het Tijdschrift voor Volkshuisvesting en Stedebouw, heeft de heeren dr. J. P. Fockema Andreae, dr. G. W. van Heukelom en J. Schulte Noordholt naar hun meening gevraagd ter zake van schending van stads- en landschapsschoon door het aanleggen van spoor- en tramwegen.

Dit naar aanleiding van een schrijven van den Bond Heemschut, die de redactie van het orgaan wees op de dreigende schending van het schoon van een geheel eenig stadje in ons land, van Willemstad. Het was een voorgenomen tramweg, welke op ruwe wijze zou ingrijpen in den regelniatigen aanleg van het vestingstadje met zijn wallen en grachten en de harmonische eenheid ervan zou verstoren. Heemschut hield zich in zijn schrijven niet uitsluitend aan het geval Willemstad, waar een gemeentebestuur machteloos staat om schending van het schoon der stad te beletten, maar vroeg in het algemeen, wmt er in soortgelijke gevallen te doen is. Het Dag. Bestuur van de afdeeling Stedebouw van het Instituut achtte de aangelegenheid van genoeg belang om haar in haar algemeen aspect op een vergadering van den vStedebouwkundigen Raad ter sjjrake te brengen. Daarbij moesten mede de wettelijke zijde en de wettelijke vooruitzichten onder het oog worden gezien.

Aan het praeadvies van Utrecht’s burgemeester mr. Fockema Andreae ontleenen wij :

vSchr. meent, dat men er toe zal moeten komen 10. om bij den aanleg van nieuwe spoorwegwerken in het geding tot onteigening b.v. van straatgedeelten bij kruisingen of van strooken, die stadsgedeelten van elkander dreigen te scheiden of op eenigerlei wijze met een uitbreidingsplan in strijd komen, aan een gemeente, c.q. een provincie of later misschien, als wij z.g. gewe,stelijke plannen krijgen, een gewest een aparte plaats toe te kennen, zoodat zij niet naar de wet mag worden behandeld als een gewoon particulier wiens eigendom wordt onteigend ; en voorts bij het vonnis, waarbij de onteigening wordt uitgesproken, of misschien reeds bij de wet, waarbij het algemeen nut wordt verklaard, rekening te houden met de mogelijkheid, dat kruisingen a niveau later door onderdoorgangen of overgangen zullen moeten worden vervangen en dat nieuwe verkeerstoestanden nieuwe kruisingen (verbindingen) noodzakelijk zullen maken.

2e. ten aanzien van reeds bestaande spoorlijnen veranderingen als de zoo juist bedoelde mogelijk te maken in dezer voege, dat de Staat zich beschouwende, wél te verstaan, als de landsoverheid, niet als de voornaamste aandeelhouder der spoorwegmaatschappijen tegenover de — de kosten der vereischte werken zoo billijk niogelijk, al naar de daarbij in het spel zijnde belangen en rechten dit medebrengen, over de verschillende lichamen verdeelt.

Voor het eerste is volgens mr. I'. A. een wdjziging o.m. van de Onteigeningswet en de Woningwet noodig, voor het laatste verdient een afzonderlijke wettelijke regeling aanbeveling. Het zou ontijdig zijn, daarvoor reeds thans schema’s aan te geven. Schr.’s doel is slechts, te wijzen op de wenschelijkheid om de heerschende denkbeelden te herzien, omdat alleen dan te verwachten is, dat aan de nieuwe eischen van het verkeer recht zal wedervaren en ook de algemeene belangen der door spoorweglijnen in haar ontwikkeling belemmerde gemeenten en streken naar billijkheid zullen kunnen worden gediend.

I)r. van Heukelom komt tot de volgende conclusies

In hun geldelijk belang achten de het wenschelijk ; bij niet!wen aanleg zooveel mogelijk de kern der gemeente te naderen ;

bij uitbreiding of wijziging van spoorwegstations zooveel niogelijk en vooral ten opzichte van de inrichtingen voor personenvervoer een gunstige ligging nabij het centrum der gemeenten te behouden.

Het verdient aanbeveling het sjioorweg- en andere verkeer van elkander onafhankelijk te maken door vermijding van kruisingen op gelijke hoogte. Beweegbare bruggen in druk bereden spoorwegbaanvakken worden ontoelaatbaar, als ten minste vele openingstijdvakken in een etmaal door de scheepvaart gevorderd worden.

Bij uitbreiding van spoorwegstations en van betrokken gemeenten geraken meer en meer wederzij dsche belangen met elkander in strijd.

De gemeenten meenen dikwerf hun belangen gediend door buitenwaartsche verlegging der stations. In de meeste gevallen verdient het in belang van gemeente en sj)oorwegen maar aanbeveling de oplossing te zoeken in :

a. verhooging van het station op de bestaande plaats, zoo dit mogelijk is.