is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 44, 1926, no 1, 06-01-1926

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk, dat een gecombineerde personen- en vrachtautobusdienst (in Indië zijn er reeds ettelijke) alleen kan bestaan, als de beide onderdeelen van het vervoer worden bediend. Het ongereglementeerd laten van vrachtautobusdiensten, kan in sommige gevallen een personenautobusdienst onmogelijk maken, ten nadeele van het algemeen belang. In beide gevallen moeten derhalve in de nionopolieclausule onder ~vervoerseischen” ook de eischen van het vrachtvervoer zeer zwaar wegen.

Hiermede ben ik aan het eind gekomen van mijn principieele bezwaren tegen het rapport der Commissie-Patijn. Waar ik motiveerde, dat een concessie als monopolie moet worden opgevat, rust op mij de plicht, dit punt voor de practijk verder uit te werken. Indien mijn inzichten worden overgenomen, zal men dus moeten aanvangen met te bepalen, welke de gebieden zijn, die de bestaande spoorwegen als monopolie toekonien, waarbij het gebied voor het goederenvervoer, en dat voor het personenvervoer elkaar niet behoeven te dekken. Vervolgens moet men hetzelfde doen voor de tramwegen.

In sommige gevallen zal een monopoliegebied voor vervoer o]> korten afstand van een tramweg vallen binnen het monopoliegebied voor vervoer op langen afstand van een spoorweg. Ik ontveins me niet, dat er zich moeilijkheden zullen voordoen bij de omschrijving. Zoo zullen èn de H.S.M. èn de E.S.M. het personenvervoer Amsterdam—Haarlem—Zandvoort mogen en moeten bedienen. Deze moeilijkheden vinden hun oorzaak daarin, dat bij de uitgifte voor de parallelconcessie niet uitdrukkelijk is vastgelegd, dat de eerstaanwezende lijn niet, of niet meer, behoorlijk voldeed aan de vervoerseischen van de geheele streek. Met eenig overleg zal hiervoor zeer zeker een clausule te vinden zijn.

Kerst daarna zijn de nieuwe nionopoliegebieden voor de autobusdiensten aan te geven.

Op het bedoelde uitsluitend recht zullen door de overheid de volgende inbreuken mogen worden gemaakt:

a. voor vervoerslijnen dwars oj) de lengteas van het concessiegebied ; voor deze lijnen zal de eerstgerechtigde concessionaris moeten gedoogen, dat de later geconcedeerde lijnen de zijne kruisen, resp. aanraken, of indien kruising of aanraking in de letterlijke beteekenis van het woord, in verband met het wegennet ónmogelijk of ongewenscht is zelfs over korten afstand denzelfden weg berijden, zonder eenigen aanspraak op schadeloosstelling, anders dan voor eventueele werken, voor die kruising, resp. aanraking benoodigd ;

b. voor onder „a” genoemde lijnen, zal de eerstgerechtigde concessionaris moeten gedoogen, dat de later geconcedeerde lijnen, over langeren afstand van denzelfden weg gebruik maken, echter onder speciale voorwaarden (waaronder een door den lateren concessionaris te betalen geldelijke vergoeding, de z.g. ;

c. voor concessies voor spoorwegen door het concessiegebied van een tramweg- resp. autobusondernenier, indien binnen de laatstgenoemde concessiegebieden de gemiddelde afstand tnsschen de stations en/of halten van den spoorweg bedraagt meer dan b.v. 8 resp. O km.

Bij de concessiebepalingen voor autobusondernemingen moet ik nog even stilstaan. Mede ten gevolge van de makkelijke verj)laatsbaarheid van autobuslijnen zijn deze te onderscheiden in een vijftal soorten te weten :

1. exploitatielijnen ; 2. exploratielijnen ;

3. ontlastingslijnen ; 4. marktlijnen ; en ö. bijzondere lijnen.

Exploitatielijnen. Hieronder wil ik verstaan, die lijnen, die geregeld in exploitatie zijn, en dus in wezen geheel overeenkomen met de spoor- en tramwegen, zooals we die thans kennen. De concessievoorw'aarden behooren dus overeenkomstig die der spoor- en traniwegmaatschappijen te worden opgemaakt.

Exploratielijnen. Hieronder wil ik verstaan die lijnen, welke de ondernemer opzet, om te probeeren of, en in hoeverre zij wel rendabel zijn ; als regel zullen dit zijn aanvoerlijnen of verlengingen van spoor-, tram- of autobuslijnen. Omdat de ondernemer geen vervoersplicht kan aanvaarden, kan hem ook geen uitsluitend recht w'orden verleend, dus ook geen concessie. Voor deze lijnen w'are dus sleclrts te verleenen een vergunning tot exploitatie zonder eenig recht, en b.v. voor één jaar met eventueele verlengingen van gelijken duur.

Ontlastingslijnen. Hieronder wil ik verstaan parallellijnen binnen het eigen concessiegebied van den ondernemer, b.v. te exploiteeren op drukke uren van den dag, of gedurende speciale seizoendrukte. (lets dergelijks zien w'e op den Doosduinschenweg, waar de W.S.M. een autobusdienst naast haar eigen tramlijn exploiteert). Waar de vervoersplicht reeds op de hoofdlijn rrrst, behoeft oj) de ontlastingslijn geen vervoersplicht te rusten ; zoodat ook voor deze lijnen slechts vergunning behoeft te worden verleend, maar nu niet voor een jaar, maar voor den duur der concessie van de hoofdlijn, waarbij in sommige gevallen een vroegere intrekking door de overheid moet worden voorbehouden.

Marktlijnen. Hieronder wil ik verstaan die lijnen, die alleen op marktdagen geëx]>loiteerd worden ten behoeve van de aan- en afvoer van de marktbezoekers. Waar deze lijnen over het algemeen slechts ééns, hoog,stens tweemalen per week loopen, kan hier uit den aard der zaak geen uitsluitend recht worden verleend, omdat een dergelijk recht het verleenen van een eventueel latei aan te vragen concessie voor een dagelijkschen dien,=t onmogelijk zou maken. Ook hier kan dus slechts een vergunning worden verleend, waarvan de duur niet vooraf behoeft vast te staan, en derhalve ieder oogenblik kan worden ingetrokken ; een vergunning tot wederojizeggens dus.

Bijzondere lijnen. Hieronder zijn te verstaan die lijnen, welke ingelegd worden bij speciale gelegenheden, b.v. een kermis, een jaarmarkt, een bijzonder feest etc. etc. Hiervoor zijn vergunningen voor één of enkele dagen uit te reiken.

Het spreekt vanzelf, dat het bovenstaande slechts een ruwe schets geeft en dat het in practijk brengen van deze ideeën nog veel hoofdbrekens zal kosten.

Nog een zeer belangrijk punt wacht o]> behandeling, n.I. het vervoer over de waterwegen. Dit vervoer vertoont thans den vorm van gesubsidieerd vervoer, omdat de waterwegen op kosten van de overheid voorden aangelegd en onderhouden, terwijl de retributies, als haven-, lig-, sluis- en bruggelden, oj) verre na niet voldoende zijn om de kosten te dekken.

Ontegenzeggelijk wordt door de aanwezigheid van de waterwegen de levensstandaard in een groot gedeelte des lands belangrijk verlaagd, zoodat de subsidieering van dit vervoer oji goede gronden rust.