is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 44, 1926, no 25, 23-06-1926

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waardoor iii de belangrijkste gevallen de gemeentelijke zeggenschap wordt beperkt, doordat de te volgen gedragslijn is voorgeschreven, of een bijzondere meerderheid, d.w.z. medrw'erking van de vertegenwoordigers van de H.T.M. noodig is. Dit geldt o.a. ten aanzien van de tarieven en van de arbeidsvoorwaarden, terwijl de gemeente den aanleg van nieuwe lijnen wel zal kunnen eischen, maar, voor zoover een bepaalde uitbreiding wordt overschreden, van niet of niet-dadelijk rendabele lijnen de opbrengst zal moeten garandeeren.

Samenstelling Raad van Beheer. Ook met de wijze van samenstelling van den Raad van Beheer kan de minderheid zich niet vereenigen.

Zij acht het billijk, dat in dien Raad ook worden opgenomen vertegenw'oordigers van het trampersoneel. Wordt een andere exploitatievorm gekozen dan rechtstreeksch gemeentelijk beheer, dan acht zij het aangewezen, om gebruik te maken van de mogelijkheid, die daardoor geschapen w-’ordt, om ook vertegenw'oordigers van het personeel in de leiding te betrekken.

Zij ziet niet in, w'aarom daarmede zou moeten worden gewacht, totdat een bepaald aantal andere ondernemingen in dit land hiermede zal zijn voorgegaan. Zij zou dan ook den Raad van Beheer willen zien samengesteld uit vijf vertegenwoordigers van de gemeente, twee van de H.T.M. en twee van het personeel.

Arbeidsvoorwaarden personeel. De bepalingen omtrent de arbeidsvoorwaarden geven naar het oordeel der minderheid onvoldoende garanties aan het personeel, al houdt zij er rekening mede, dat de bedoeling niet is te bepalen, hoe de arbeidsvoorwaarden zullen zijn, maar slechts te regelen beneden welk minimum niet mag worden gegaan. Inzonderheid betreurt zij het, dat aan het trampersoneel niet wordt gegarandeerd de 48-urige arbeidsweek. Indertijd is bij de berekeningen voor de tariefsverhooging, die aan de H.T.M. werd toegestaan, uitgegaan van een als noodig zou zijn bij een 48-urige werkweek. Toen de H.T.M. later den werktijd verlengde, hebben zoowel Burgemeester en Wethouders, als de Raad daarover hun teleurstelling uitgesproken. Zij misten toen echter de bevoegdheid, de H.T.M. tot handhaving van de 48-urige werkweek te noodzaken. Nu het gemeentebestuur wel regelend kan optreden, ligt naar het oordeel van de minderheid invoering van de 48-urige werkweek voor de hand. De arbeid van het trampersoneel, in de eerste plaats van de bestuurders is zooals indertijd ook in den Raad van verschillende zijden werd betoogd, zeker niet lichter, eer zwaarder dan van vele categorieën van gemeentepersoneel en van arbeiders in de industrie, voor wie de 48-urige werkweek geldt.

zij opgemerkt, dat voor het bestaande personeel een garantie is opgenomen ten aanzien van de verhouding, waarin de loonen staan tot die van het gemeentepersoneel, welke garantie echter zoodanig is geformuleerd, dat, indien voor het gemeentepersoneel loonsvermindering wordt ingevoerd, deze ook geldt voor dit trampersoneel, niettegenstaande dit reeds een lager loon ontvangt.

Een uitzondering hierop is alleen mogelijk met medewerking van de vertegenwoordigers van de H.T.M.

{Slot volgt.)

W. F. Lefèber.

1 Juli 1886—1 Juli 1926.

Eén van de oudste leden onzer Vereeniging. de Geldersch-Overijsselsche Stoomtramweg Maatschappij zal Donderdag 1 Juli het heugelijk feit herdenken, dat haar Directeur, de heer W. F. Eefèber veertig jaar aan de Maatschai)pij verbonden zal zijn geweest. Die tig jaren omvatten bijna geheel het tijdperk, waarin de tramwegen hun dienst aan het hebben gewijd. De heer Eefèber heeft in dien tijd heel wat tramwegpersoonlijkheden zien komen en gaan, heel wat bijzonderheden medegemaakt. Moeilijkheden in het bedrijf zijn ook hem niet gespaard gebleven, het oorlogs- en na-oorlogstijdperk heeft ook hem de volle maat van zorgen gegeven. In herinnering mag gebracht w'orden, dat de Geldersch-Overijsselsche Stoomtram in het gebied lag, waar de cycloon verleden jaar met zijn verschrikkingen heeft gewoed en het eindpunt van de tram, het stadje Borculo werd verwoest.

Wij twijfelen niet, dat het den heer Eefèber aan belangstelling zal ontbreken met zijn merkwaardig feest en w'enschen den jubilaris onzerzijds van harte geluk.

Jaarverslagen 1925.

Stoomtram Maas en Waal.

Rentelooze voorschotten. Op de rentelooze voorschotten had geen aflossing plaats ; uitgezonderd de verplichte terugbetaling aan de gemeente Nijmegen van f 1000.— ’t jaars.

Reservefondsen. Reservefonds A steeg tot f 25.616,90 ®, reservefonds B bleef onveranderd.

Uit het vernieuwingsfonds werd f 13.538,48 gebruikt, ten bate van dit fonds kwam boven de gewone storting van f 6.751,— nog f 6.251,64 aan rente en verkochte materialen.

Grond-, kunstwerken en bovenbouw. In de lijn werden 3.850 dwarsliggers vernieuwd en eenige defecte rails vervangen. Enkele schoeiingen werden vernieuwd. Rollend materieel. Het rollend materieel vorderde het gewone onderhoud. Drie rijtuigen en een postwagen werden opnieuw gelakt en verscheidene goederenwagens geheel geschilderd. Twee locomotieven kregen nieuwe assen en bandages.

Vervoer en exploitatie. Het personenvervoer bracht op f 56.657,59 (f 51.908,85), verdeeld als volgt: Plaatsbewijzen in de rijtuigen . . . . f 52.801,30 Abonnementen en werkliedenkaarten . – 3.416,20

Militairvervoer en diversen – 440.09 Vervoerd werden 207.800 (173.500) reizigers. Het goederenvervoer bracht op f 26.919,82® (f 28.294,—).

De diverse ontvangsten waren f 9.511,04 (f 6.431,43®). Een nieuw postcontract kwam tot stand, waarborgend een jaarlijksche opbrengst van f 5.200.—.

De gewone ontvangsten vermeerderden bij 1924 vergeleken met f 9.255,18; zij waren per dagkm f 8.12 (f 7.29) en per treinkm f 0.73 (0.67).

De exploitatiekosten waren f 79.603,51 ® (f 76.758,55), zijnde per dagkm f 6.94 (f 6.69) en jrer treinkm f 0.62 (f 0.62) ; zij beliepen 85,51 (91,56) % van de ontvangsten. De verschillende hoofden der exploitatierekening wijzen volgende cijfers aan ;