is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 45, 1927, no 8, 23-02-1927

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verleende Autobusconcessies.

De provincie NoordbratDant is de tweede der procincies welke beslissingen hebben genomen inzake aanvragen voor autobusconcessies.

Gedeputeerden stonden hier in zooverre voor een gemakkelijk geval dat er geen bezwaren tegen het verkenen eener vergunning waren geopperd. Toch trekken enkele dingen in de genomen beschikking de aandacht:

To. dat de Gedeputeerden het verkeersbelang overwogen hebben ;

20. dat de vergunning verleend is voor een zeker tijdvak (5 jaar); 30. dat de Gedeputeerden besloten hebben aan verschillende autoriteiten en vereenigingen een afschrift der beschikking te doen toekomen.

Hieronder publiceeren wij de geheele beschikking terwijl daarachter nog een 7 tal beschikkingen van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland worclen afgedrukt, alle betrekking hebbende op verleende concessies. Wat betreft het traject Rotterdam—Terbregge zij hier nog vermeld dat er behalve van den ondernemer K. de Bruyn Sr. nog een 5 tal andere aanvragen voor dit traject waren binnengekomen. Deze laatste zijn echter geweigerd.

Afk o n d i g in g van het besluit van Gedeputeerde Staten van den 2en Februari 1927 G. Nr. 314, waarbij vergunning wordt verleend aan de N.V. Tramweg ’s-Hertogenbosch—Vught—Voorburg te ’s-Hertogenbosch tot het in werking brengen van autobusdiensten van ’s-Hertogenbosch over \ ught naar den Ijzeren Man en van Vught over naar Hal.

De Gedeputeerde Staten van Noordbrabant

doen te weten, dat door hen in hunne vergadering van den 2en PTbruan 1927 is vastgesteld hetgeen volgt; De Gedeputeerde Staten van Noordbrabant, Beschikkende op de onder dagteekennig van 15 September 1926 door de Directie der N.\b 4 ramweg ’s-ldertogenbosch-—Vught—Voorburg te ’s-Idertogenbosch aan liun college gerichte aanvrage om vergunning ingevolge artikel 2 der Wet Openbare Vervoermiddelen (Staatsblad 1926 nr. 321) tot het in werking brengen van autobusdiensten van ’s-Hertogenbosch over Vught naar den Ijzeren iMan en van Vught over Voorburg naar Hal; Gezien de bij de aanvrage overgelegde toelichtende bescheiden ;

Gelet op het ingewonnen ambtsbericht van den overeenkomstig artikel 2, vierde lid van voorzegde wet aangewezen Riiksingenieur voor de Spoorwegen te ’s-Gravenhage d.d. 19 November 1926 nr. 222;

Overwegende, dat belanghebbenden na tervisielegging der aanvrage overeenkomstig artikel 2, tweede lid van meergenoemde wet, in de gelegenheid zijn gesteld hunne bezwaren daartegen schriftelijk bij hun college in.te brengen, terwijl zij voorts mondeling bezwaren hebben kunnen inbrengen bij eene commissie uit het college van Gedeputeerde Staten, welke tot dat einde in het openbaar heeft zitting gehouden in het gebouw van het Provinciaal Bestuur te ’s-Hertogenbosch op Vrijdag 3 December 1926, des voormiddags ten 10 uur;

dat bij inin college noch mondeling, noch schriftelijk bezwaren tegen de gevraagde vergunning zijn inge komen ;

dat de in werking te brengen autobusdiensten worden geëxploiteerd door dezelfde onderneming, welke den

bestaanden paardentramdienst van ’s-Hertogenbosch naar \’ught exploiteert; ; dat die aiitobusdiensten blijkens de overgelegde dienstregeling beoogen eene aanvulling te geven op genoemden paardentramdienst;

dat mitsdien het algemeen verkeersbelang met het in werking brengen van voorzegde autobusdiensten zal zijn gediend ;

Mede gelet op Wet Openbare (Staatsblad 1926 nr. 321);

Hebben besloten

I. aan de N.V. Tramweg ’s-Hertogenbosch—Vught—Voorburg te ’s-Hertogenbosch vergunning te verleenen tot het in werking brengen van de autobusdiensten van ’s-Hertogenbosch over \’ught naar den Ijzeren Man en van \’ught over Voorburg naar Hal onder de navolgende voorwaarden:

10. De vergunninghoudster is verplicht zorg te dragen, dat door het bedienend personeel stipt de hand wordt gehouden aan de dienstregeling en aan het tarief, welke bij hun besluit van heden G. Nr. 314 a zijn goedgekeurd, dat geene wijziging van die dienstregeling of van dat tarief worde in werking gebracht zonder vooraf verkregen goedkeuiing van hun college en dat voorts zonder gelijke goedkeuring geen andere autobussen worden in bedrijf gesteld dan die, welke in hun evengenoemd besluit van heden G. nr. nader zijn omschreven door aanduiding van het merk en het nummer van de chassis en van het merk en het nummer van den motor ;

20. fer verzekering van het geregeld verkeer is de verguTininghoudster verplicht te voldoen aan de nader van Gedeputeerde Staten te ontvangen lastgeving om binnen den daarbij aangegeven termijn een of meer autobussen als reserve beschikbaar te hebben ten genoegen van dat college ;

30. De vergunninghoudster is verplicht de autobussen tegen brand, ontploffing en tegen materieek schade, in het bedrijf te lijden, te verzekeren ;

40. De vergunninghoudster is verplicht zorg te dragen, dat in de door haar in bedrijf gestelde autobussen aanwezig zijn een exemplaar van het Provinciaal blad, waarin deze vergunning is afgekondigd, een exemplaar van hun besluit van heden G. nr. Jiaa, bedoeld sub 10, alsmede een exemplaar van de bij dat besluit goedgekeurde dienstregeling met tarief; die stukken moeten door den bestuurder of geleider van de autobus op eerste vordering worden vertoond aan de personen, ingevolge artikel 13 der Wet Openbare Vervoermiddelen (Staatsblad 1926 nr. 321) belast met de opsporing van de overtredingen dier wet en van den bij artikel 10 bedoelden algemeenen bestuursmaatregel; 50. Deze vergunning wordt verkend voor den tijd van vijf jaren, ingaande i Februari 1927.

11. Van dit besluit afkondiging te doen in het Provinciaal blad en een exemplaar van dat Provinciaal blad en van hun besluit bedoeld sub 1, 10. en van de bijbehoorende dienstregeling en tarief te zenden in 8-voud aan de vergunninghoudster en in enkelvoud aan den l\Jinister van Watersta.at.

Een exemplaar van voorzegd Provinciaal blad zal mede worden gezonden aan den Rijksingenieur voor de Spoorwegen te ’s-Gravenhage, Lange Voorhout 38, aan den Hoofdingenieur van den provincialen Waterstaat, aan den Keuringsinspecteur Ir. H. Zoetelief Norman te Oosterbeek, Stationsweg 4, aan den secretaris van den Nederlandschen Bond van Autobusdienstondernemers te Hilversum, Soestdijkerstraatweg 10, aan den secretaris van den Bond van Bedrijfsautohouders in Nederland te