is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 45, 1927, no 11, 16-03-1927

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdingenieur van den provincialen Waterstaat in Limburg, d.d. 26 November 1926, no. 8537/8, Litt. B;

Overwegende, dat de aanvraag van H. van Ravesteyn voornoemd, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 2, alinea 2, van bovenaangehaalde wet van den 10 December 1926 af, tot en met den 8 Januari d.a.v., ter provinciale griffie ter inzage van een ieder heeft gelegen en dat (leze nederlegging op de bij de wet voorgeschreveri wijze is bekend gemaakt en aan de belanghebbende gemeentebesturen is medegedeeld ;

Overwegende, dat tegen de onderwerpelijke aanvraag binnen den bij de wet gestelden termijn schriftelijk bezwaar is ingebracht door de directie der Nederlandsche Spoorwegen te Utrecht, welk bezwaar hierop neerkoint, dat genoemde directie, ofschoon geenszins afwijzend staande tegenover de autobussen en zelfs het bestaansrecht van dit nieuwe vervoermiddel erkennend, toch, in het algemeen, het in werking brengen van autobusdiensten ongewenscht acht, daar waar deze, evenwijdig loopend aan den reeds bestaanden spoorweg, uit den aard der zaak dit onmisbare openbare vervoermiddel concurrentie aandoen;

Overwegende, dat reclamante daarenboven nog meer in het bijzonder bezwaar heeft gemaakt tegen den door H. van Ravesteyn ondernomen autobusdienst, omdat, naar hare meening de dienst op de spoorlijn Maastricht-Ileerlen aan ruime eischen voldoet en het gemak, hetwelk men ter plaatse van den door H. van Ravesteyn ondernomen autobusdienst kan ondervinden, bij lange na niet opweegt tegen de schade, die daardoor aan de Nederlandsche Spoorwegen wordt toegebracht;

dat bovengenoemde directie er ten slotte op wijst, dat, indien aan de Nederlandsche Spoorwegen het verkeer wordt ontnomen, deze omstandigheid, wegens vermindering der ontvangsten, moet leiden tot minder vervoergelegenheid per spoorweg met alle daaraan verbonden nadeelen voor het reizend publiek ;

Overwegende, dat blijkens het proces-verbaal der op 2g December 1926 door eene commissie uit hun midden gehouden openbare zitting tegen meergemelde aanvraag mondeling bezwaar is ingebracht door Jhr. dr. Elias, secretaris van de directie der Neclerlandsche Spoorwegen te Utrecht, wiens betoog hoofdzakelijk steunt op dezelfde beweegredenen als die, medegedeeld in de schriftelijk ingediende bezwaren dier directie en mitsdien als eene aanvulling van laatstbedoelde bezwaren kan aangemerkt worden ;

Overwegende, wat de ingebrachte bezwaren aangaat, dat de spoorverbinding Maastricht Heerlen ontegenzeggelijk voorziet in de verkeersbehoeften van het overgroote deel der bevolking dier beide gemeenten en eveneens in die van een deel der plaatsen, in welker nabijheid een station of halte van den spoorweg wordt aangetroffen, doch dat daartegenover staat, dat meerdere gedeelten van andere aan- of nabij die lijn gelegen gemeenten door de spoorwegverbinding slechts weinig zijn gebaat, deels wegens de zeer ongunstige ligging van de stations of halten, waarop de bewoners dier plaatsen zijn aangewezen, ingeval zij van den spoorweg willen gebruik maken, deels tengevolge van het feit,'dat het aantal halten, waar de treinen regelmatig stoppen, zeer beperkt is ;

Overwegende, dat het drukke gebruik, hetwelk door de reizigers van de autobussen dezer onderneming gemaakt wordt, overigens voldoende bewijst, dat de algemeene verkeersbelangen op het traject Maastricht- – Heerlen door deze vervoermiddelen in hooge mate worden gediend ;

Overwegende, dat onder deze omstandigheden voor dit college voldoende aanleiding bestaat om op de onderwerpelijke aanvraag gunstig te beschikken;

Gelet op artikel 2 der ~Wet Openbare Vcrvocniiiddelen” ;

Besluiten :

x'\an H. van Ravesteyn, wonende tc Heerlen, Geleenstraat no. 30, verdunning te verleenen tot het in werking brengen van een autobusdienst Heerlen \"alkenburg Meerssen- -A'laastricht, vice-versa, onder de volgende voorwaarden:

(Zie voorgaande beschikkingen).

Verschillende Mededeelingen

x\anvragen voor /Vutobusconcessies in Zeeland. Donderdag lo Februari heeft onder groote belangstelling een conimi.ssie uit Ged. Staten van Zeeland belangdicbbenden gehoord inzake de aanvragen voor verschillende autobusdienst concessies voor de lijnen Vlissingen of Middelburg naar Wolphaartsflijksche Veer; van (joes naar dat Veer en van Goes naar Katsche Veer. Speciaal van de zijde der Zuid-Bevelandsche Spoorwegmaatschappij, die vermoedelijk in Mei haar locaaldiensten opent en de Nederl. Spoorwegen werden algemeene bezwaren ingébracht tegen de autodiensten op Wolphaartsdijksche veer, en bij monde van de heeren dr. Jenny Weijerman, Elias en den directeur van het autobusbedrijf der N.S. werd er op gewezen, dat de spoorwegen zijn aangelegd met groot kapitaal van Rijk en provincie, dat de autobusdiensten zijn gaan rijden, toen men wist, dat de spoorweg er zou komen, dat alles zal gedaan worden om met den locaalspoorweg fle verkeersmogelijkheid tusschen de deelen van Zeeland te verbeteren, doch dat deze busdiensten de rentabiliteit van den spoorweg bedreigen.

Namens den Bond van Aiitobushouders voerde de heer Kraak Steeman en namens den Bond van Bedrijfsaiitohouders de heer Rouw het woord. Beide wezen op de voordeelen aan autobussen verbonden. \Roeger hebben de N.S. zich ook niets aangetrokkén van de verbinding Middelburg -Wolphaartsdijk.

De heer Slooves, dirceteur van de electrische tram Aliddelburg Adissingen, hield een pleidooi om aan den dienst Vlissingen – A\Mlphaartsdi|k te verbieden op het traject Afiddelburg— locale reizigers te vervoeren.

De overige besprekingen liepen meer over de vraag, aan welke der aanvragers eventueel concesssies moeten worden verleend. (Nwe R. Crt.)

De nieuwe spoorlijn Telok-Betong Palembang geopend. – De spoorlijn Telok-Betong – -Palembang is – zooals reeds gemeld feestelijk te Blambangamoempoe geopend, waarmede de belangrijkste phase in de ontwikkeling van Zuid-Sumatra is ingetreden.

Ir. W. F. Staargaard, hoofdinspecteur der S. S.- en tramwegen, hield een toespraak, waarin hij een historisch overzicht gaf en las een telegrafischen gelukwensch van den Gouverneur-Generaal voor, waarna mevrouw Staargaard den laatsten laschbout aanbracht.

1 oespraken werden nog gehouden door de heeren Ir. F. Flövig, waarnemend (lirecteur van Gouvernementsbedrijven, J. Fideman, resident van Palembang en W. b. Amiabel te Palembang namens den handel. Hierna vereenigden de gasten zicli aan een feestelijk noenmaal.

(Tel.)