is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 45, 1927, no 49, 07-12-1927

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

musm Qjg I LOCOMOTIEF

WEEKBLAD CEWVO AAN DE BELANGEN VANq EN TRAMWECEryiIHBI ORGAAN VAN

OE NEOERLANDSCHE VER.VOOR I_OCAALSPOOR-EN TRAMWEGEN ADMINISTRATEUR:

OE N.V. CENfTRAAL DUREAU OER LOC.EN TRAMWEOEM OIREOTE UR'.irm

I Woensdag 7 Dec. 1927

AMSTERDAM.TeI»S6BSS-Ir.D.H.STIGTER-W£STEINDE9|

45ste Jaargang

[No^4d^*

INHOUD

Nedcrlandsche Vcrecnijjing voor l.ocaalspoorwcven vn Tramwegen: Oproep Algemeene Vergadering. De antobiisvorgunning Maas.sluis—Hoek van Holland. lieslissingtn van de Kroon. Verkeersdilettantisme. De „Internationale Strassenbahn- und Kleinbahnverein” in liquidatie. Aaneensluiting van verkeersondernemingen in West-Duitschland. Ingestelde beroepen legen autobus-concessies. Verschillende Mededeelingen: Exploitatie van het tram- en autobusbedrijf der Westlandsche .Stoomtram; De ricld.-Westf. Stoomtram; Ken Spoorwegboek.

Dl Locomotiif virschijnt eiken Woensdag hij Van Markens Drukkerij- Vennootschap te Delft. Abonnementsprijs franco per post {Binnenland) bedraagt f S,— her jaar verhoogd met rj cent Incassokosten, bij vooruitbetaling; losse nummers f o,oj.

Bijdragen van redactioneelen aard, maandelijksche opgaven van de opbrengsten e. d. te zenden aan de redactie Westeinde 9, Tel. .tóSjj, te Amsterdam. Adverten tien aan de .Administratie te Delft, .Agnetapark, Tel. IS4 en /016.

Nederlandsche Vereeniging voor Locaaispoorwegen en Tramwegen.

Oproep Algemeene Vergadering.

De leden worden bij deze opgeroepen voor een .Algemeene A'ergadering welke gehouden zal worden op Donderdag 22 December a.s., des v.m. te ii uur, te Utrecht.

De agenda zal nog nader bekend gemaakt worden

De Administrateur

De autobusvergunning Maassluis—Hoek van Holland.

Onder den titel ~De juiste weg” publiceerden wij in het nummer van g November j.l. de beschikking van de Kroon op het beroep, ingesteld naar aanleiding van de beschikking van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland ten aanzien van bovengenoemde autobuslijn.

Zooals men zich zal herinneren werd de concessie door Gedeputeerde Staten aan de Westlandsche Stoomtram verleend terwijl het.door de tegenpartij ingestelde be-

roep door de Kroon werd afgewezen, l it de sltikketi is oebleken dat de Raad van State een ander advies had Dit ('oliede had n.l. voorgesteld do concessie te vericcnen aan de op het genoemde traject reeds rijdende autobits-onderneming van A. Wijnands. Ivigcnaardig doet het aan te zien hoe weinig dit hooge college rekenitig had gehouden met den geest van de Wel Openbare Vervoermiddelen. Tot een juist begrip hiervan meenen wij te kunnen volstaan met de publicatie van een gedeelte van het schrijven hetwelk de Minister van Waterstaat tot H. M. de Koningin richtte naar aanlen ding van de door den Raad van State opgemaakte ontwerp-beslissing. Na genoemd in oxdenso in zijn brief opgenomen te hebben vervolgt de Minister dan:

.Mij met dit ontwerp-besluit met kunnende vereenieen, maakte ik krachtens Uwer Majesleits machtiging de bedoelde beroepen opnieuw ter overweging bij de •\fdeeling aanhangig. Daarbij uitte ik de onderstelling, dat ook de .Afdeehng uit een oogpunt van economie voor dit betrekkelijk korte en tot het gebied der W.S.M. behoorend traject de voorkeur gaf aan één door genoemde Alaatschappij uit te oefenen autobusdienst, tloch uit billijkheidsoverwegingen jegens den appellant tot haar voorstel was gekomen en opperde ik de vraag, of aan de bezwaren, welke bij de afdeeling blijkbaar tegen de door Gedeputeerde Staten genomen beslissing bestonden, niet zou kunnen worden gekomen op andere wijze dan dc voorgestclde, welke, aD leidende tot versnippering en onnoodige concurrentie, m.i. weinig met de bedoeling der wet zou strooken. Gedacht werd aan eene vergunning alleen voor Wijnands op korten termijn, al moet ik toegeven, dat betwijfeld zou kunnen worden, of hiermede de bedoeling der wet het best zou worden benaderd.

In haar nader advies deelt de Afdeeling echter mede, dat de door mij uit haar afgeleide stelling onjuist is en handhaaft zij haar aanvankelijk advies, daarbij uitgaande van twee overwegingen van algemeenen aard:

le. erkenning van de aanspraken van bestaande auto busdiensten ;

2e. wenschelijkheid om, waar mogelijk, het belang van het publiek bij een goede verkeersvoorziening op