is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 46, 1928, no 18, 02-05-1928

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verleende Autobusconcessies.

Debet. Winst- en Verliesrekening per 3! December 1927. Credit. Interest Obiigatieleening / 19-552,50 Rijkssubsidie ƒ 26.670,— Interest (saldo) ~ 1.096,22 Ingetrokken Bewijzen van Uitgestelde Interest leening Materieel ~ 18.700, Schuld ~ 58.550,02 Storting Vernieuwingsfonds van den Weg ~ 30.000,— Koersverschil aankoop % Obligatiën ~ 11-754,70 Afschrijving Rollend Materieel .... ~ 1.822,36 Saldo ~ 754,75® Afschrijving Inventaris Werkplaats . ~ 3.042,20 Buitengewone Reserve ~ 14.000,— Saldo verlies A". P'' ~ 462,43" Exploitatie ~ 9-053,76 / 97-729,47" ƒ 97-729,47"

De Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland verleenden op 2 April autobusvergunning voor de volgende trajecten:

I. Zoetermeer – – Zegwaart – Kruisweg (Gem. Bleiswijk). (Niet op Zondag).

2. Boskoop -- Reeuwijk Gouda.

3. a. IJsselstein Polsbroek – – Gouda.

b. IJsselsteih Polsbroek Schoonhoven. (Alléén op Woensdag).

Bestrijding tramradiostoringen.

Een rapport der Haagsche Commissie.

De Haagsche Commissie voor het bestrijden der tramradiostoringen heeft B. en W. van ’s-Gravenhage het volgende rapport uitgebracht;

In Januari en Februari 1926 ontving de eerste ondergeteekende van den Burgemeester verschillende klachten, welke verband hielden met den radiozender Scheveningen, om advies. Een dezer klachten had mede betrekking op het veroorzaken van radiostoringen door de tram. In zijn schrijven van i Maart 1926 gaf eerste ondergeteekende in overweging de aandacht van de Tramdirectie op laatst bedoelde klacht te vestigen en daaraan toe te voegen het verzoek desgewenscht in overleg met den l'elephoondienst maatregelen te willen beramen, waardoor de hinder voor de luisteraars zal worden opgeheven, dan wel tot een minimum zal worden beperkt.

Uw College stelde genoemd schrijven van i Maart 1926 in handen van den Directeur der Gemeentewerken, die de H. T. M. de vraag stelde of zij bereid was in samenwerking met den dienst der Gemeentewerken en den Telephoondienst aan bedoeld verzoek te voldoen. Daarop werd een bevestigend antwoord ontvangen en werd door de H. T. M. de Onderdirecteur Ir. Alontijn, door den Directeur der Gemeentewerken de Ingenieur-Afd.-C.hef Ir. Kentie voor het overleg aangewezen. Voorts hebben van den aanvang af met den eersten ondergeteekende steeds de Ingenieurs-Afd.-('liefs van de Gemeente lelephoon Neher en Dr. Ir. Bahler aan de besprekingen en proefnemingen deelgenomen, terwijl de Ingenieurs der Telephoon Irs. Mak en Ehnle in de voorbereiding en uitvoering der proeven een werkzaam aandeel hadden.

Bij de eerste beraadslagingen, welke door zeer drukke werkzaamheden en door afwisselende uitstedigheid der

commissie-leclen eerst in de tweede helft van 1926 konden plaats vinden, werd de wenschelijkheid vastgesteld een beroep te doen op de medewerking van het Bestuur van de Afd. ’s-Gravenhage der Ned. Vereeniging voor Radio-Telegrafie, welk bestuur zich met betrekking tot de tram-radiostoringen tot den Burgemeester had gewend en dat niet slechts door de leden van zijne afdeeling waardevolle gegevens zou kunnen doen verstrekken, maar dat tevens door zijne ervaring op radiogebied ■ medewerking zou kunnen verleenen. Het gevolg is geweest, dat aan de verdere besprekingen en de proefnemingen der commissie regelmatig werd deelgenomen door den heer H. Veenstra, Voorzitter van genoemd bestuur en voorts door den heer J. Corver, redacteur van het orgaan ~Radio Express” van de Ned. Ver. voor Radio-Telegrafie. Bovendien heeft de commissie de medewerking verkregen van het Centrum Den Haag van de Vereeniging Arbeiders Radio-Amateurs, waarvan de Voorzitter Ch. J. Engels deel ging nemen aan het werk van de commissie, hetgeen vanaf Mei 1927 mede het geval was met den Hoofdingenieur der Telegrafie Ir. C. H. de Vos.

Hoewel de commissie haar taak nog geenszins heeft beëindigd en de verkregen resultaten zeer tot haar spijt tot dusver slechts negatief kunnen worden genoemd, wil zij niet nalaten Uw College in het volgende omtrent den stand van zaken in te lichten en daarbij te verzoeken goed te keuren, dat zij met weglating van de namen van de leveranciers der sleepstukken, waarmede proeven zijn genomen, het rapport aan de pers verstrekt. Herhaaldelijk toch is in den laatsten tijd gebleken, dat de radio-luisteraars ongeduldig worden en klachten gaan uiten, welke wellicht ook Uw College zullen gaan bereiken. De commissie is dan ook van oordeel, dat het wenschelijk is het publiek inlichtingen te verstrekken, zij het ook dat deze weinig bevrediging zullen geven. Zij zal, al bezit zij op het oogenblik niet de minste zekerheid, dat zij een resultaat zal verkrijgen, dat voldoening geeft, hare werkzaamheden voortzetten.

Orienteering met betrekking tot de plaatsen in deze gemeente,' waar de radio-luisteraars last van tram-radiostoringen ondervinden, was in de eerste plaats noodzakelijk. Eene enquête onder de leden van de Afd. ’s-Gravenhage van de N. V. v. R. gehouden, had tot resultaat, dat de commissie op 25 Februari 1927 in het bezit was van 65 antwoorden op de vragenlijst, welke op gesteld in overleg met de commissie door het bestuur der afdeeling aan de leden was toegezonden. Uit de ontvangen antwoorden kon slechts de conclusie worden getrokken, dat:

1. de storingen zich op vele plaatsen in de Gemeente voordoen, zij het niet overal in dezelfde mate;

2. de storingen op eenzelfde plaats op verschillende