is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 47, 1929, no 8, 20-02-1929

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe is het vervoer rondom de groote steden in te deelen? Moffet (Salford).

Korte iniioud van de discussie over het rapport Cheetham

In de zone welke rondom de groote steden gelegen is kan men twee soorten verkeer opmerken, het binnenverkeer van huis tot huis waar de reizigers slechts kleine afstanden afleggen en het buitenverkeer hetwelk veel sneller gaat en waarbij de halteplaatsen veel verder van elkaar af gelegen zijn.

Men heeft daarom noodig twee soorten van rijtuigen en twee soorten van exploitatie. Het geheel moet geleid worden door een zelfde autoriteit precies als te Manchester waar een tiental steden en ondernemingen ten behoeve van het openbaar vervoer tezamen werken onder toezicht van één autoriteit.

De invloed van het materieel bij concurrentiestrijd tusschen vervoermiddelen.

Spackman (Walthamstow).

Korte inhoud van de discussie over het rapport Cheetham

De aanwezigheid van een tramweg die er confortabel en goed ingericht uitziet trekt de cliëntèle tot zich. Dit is b.v. gebleken te Walthamstow waar de tramwegmaatschappij haar rollenrl materieel van top tot teen vernieuwd heeft.

Concurrentie tusschen tram en omnibus. R. S. Pilcher (Edinburg). Korte inhoud van de discussie over het rapport Stokes.

Om te strijden tegen de autobus moet de tram vlug, comfortabel en geluidloos zijn.

Conc u r rent i e tusschen tram en omnibus Whitaker (Todmorden). Korte inhoud van de discussie over het rapport Stokes

Indien de tramwegen in het verleden de goedkeuring van het publiek wegdroegen was dat omdat er toen geen andere vervoermiddelen waren.

Indien een stadsbestuur verplicht meent te zijn om de tramwegen niet vaarwel te zeggen is het omdat die tramwegen een groot kapitaal vertegenwoordigen. Maar het voertuig voor het openbaar vervoer in de toekomst is de omnibus.

De omnibus is sneller, in dezen zin, dat ze vlugger op de plaats van bestemming is, zelfs indien de tram een grootere snelheid kan ontwikkelen. Het publiek vindt de bus sneller, meer comfortabel en meer geluidloos. De bus hindert het verkeer in de straten minder. De stadsbesturen welke thans nog kapitaal steken in de tramwegen laten het op een ramp aankomen.

Concurrentie tusschen tram en omnibus Baillie Peter Burt (Glasgow).

Korte inhoud van de discussie over het rapport Stokes

Het is zeker dat indien men voor de verbetering van het tramrijtuigchassis zulke sommen besteed had als voor de constructie van het moderne buschassis, men niet zulke zonderlinge dingen zou zien die onze tramwegen zoo ontsieren. Anderzijds is de tramweg onontbeerlijk in onze groote steden, want indien men zonder tramwegen was, hoe zou men dan het groote vervoer van personen gedurende de spitsuren den baas moeten worden.

Concurrentie tusschen tram en omnibus. Stuart Pilcher (Edinburg). Korte inhoud van de discussie over het rapport Cheetham

Men moet niet langer spreken over de concurrentie of

den strijd tusschen tram en omnibus met de bedoeling te trachten de meerderheid van de een boven de ander aan te toonen. Men moet ook geen scheiding meer maken tusschen omnibus en tramwegverkeer. Men moet zien hoe een omnibuslijn kan leven zonder zich bovenmate te bekommeren om de tramwegen. Indien sommige trajecten evenwijdig gaan zal het publiek kunnen kiezen tusschen de twee. Op het huidige tijdstip is de omnibus een middel om streken te bereiken en aan het verkeer aan te sluiten. Over eenigen tijd zal de omnibus de tram gaan vervangen en zal men geen tramsporen meer gaan leggen.

De vervoermiddelen te Chesterfield. Robinson (Chesterfield).

Korte inhoud van de discussie over het rapport Cheetham

In Chesterfield heeft men alle tramrijtuigen weggedaan en daarvoor trolley-omnibussen in de plaats gesteld. Maar terwijl rnen de trolley-omnibussen wachtte heeft men spiksplinternieuwe autobussen gebruikt. De bevolking vond dat de autobussen bij het in gang komen meer lawaai maken dan de trams en dat zij leelijk ruiken. Men heeft met een zucht van voldoening de trolleybus ontvangen welke confortabel, snel en geluidloos is.

Bovendien is de energie welke zij verbruikt een product van vaderlandschen bodem.

Jaarverslagen 1927.

Rotterdamsche Electrische Tram.

Overgang van het bedrijf der R. E. 'l . M. aan de gemeente Rotterdam. Na. langdurige onderhandelingen met de R.E.'I'.M. en beraadslagingen in den Raad der gemeente Rotterdam werd in de Raadsvergadering van 7 October 1927 besloten :

i“. dat, met ingang van 15 October 1927, de tram tijdelijk als een gemeentebedrijf zal worden geëxploiteerd ;

2“. dat het tarief, de dienstregelingen en alle verdere het vervoer betreffende regelingen der R.E. l'.M. voorloopig zullen blijven gehandhaafd ;

3“. om, afgezien van den directeur der R.E.'I'.M., al het in vasten dienst der Maatschappij zijnde personeel, met ingang van 15 October 1927, over te nemen in gemeentedienst in de toen bestaancle indeeling en in vasten dienst, echter met dien verstande, dat, indien de Raad later alsnog mocht besluiten tot opdracht van de tramexploitatie aan een Naamlooze Vennootschap, betrokkenen weder uit den gemeentedienst zullen worden ontslagen en in dienst dier Naamlooze Wnnootscha]i zullen overgaan ;

4®. bij het besluit sub 3". de mogelijkheid van afwijking daarvan voor te behouden voor het onverhoopte geval, dat nog vóór het einde der concessie door de R.E.T.M. tot niet voldoend gemotiveerde aanstellingen of bevorderingen mocht zijn of worden overgegaan ; s®. om ook het losse personeel op 15 October 1927 op den bestaanden voet in dienst te houden, behoudens de bevoegdheid tot ontslag van dit personeel;

6®. dat het personeel zal worden overgenomen in den op het tijdstip der overneming vervuld wordenden rang en op de dan genoten wordende wedde, met dien verstande, dat daarop niet meer zal plaats vinden de korting van 10 procent, welke door de R.E.T.M. wordt toegepa.st, doch volstaan zal worden met verhaal van pensioensbijdragen overeenkomstig de V'erordening van 19 April 1926, gewijzigd bij die van 5 April 1927, (Gem.bl. Nos. 18 van 1926 en 41 van 1927) ;