is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1947, 01-01-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Drieërlei herkomst kunnen wij aanwijzen, waar het gaat om de bronnen der stikstofleverantie in de vorm van nitraat. Door de atmosferische neerslag, door het zeewater en door het vloedmerkstuifzand.

Gemiddeld bevat regenwater 0,3 mg nitraat per liter. Op een oppervlakte van een vierkante dm valt dus per jaar gemiddeld in Nederland — 70 cm regenval — 7 maal 0,3 mg, dat is rond 2 mg. Ons vloedmerkstuifzand bevatte 1 mg in 100 gram en daar het soortelijk gewicht \an zand 2,5 is, bevindt zich in 40 cm3 van dit vloedmerkstuifzand dus 1 mg nitraatstikstof. Op een oppervlakte van 1 dm2 moet dus 80 cm3 van dit vloedmerkstuifzand worden uitgespreid, wil deze laag een hoeveelheid nitraatstikstof bevatten, die aequival'ent is met de totale hoeveelheid, die in een seizoen door het regenwater aan hetzelfde oppervlak wordt toegevoerd. M.a.w. een laagje van 0,8 cm van dit opgestoven vloedmerkzand zou voldoende zijn om dezelfde hoeveelheid nitraatstikstof te leveren als de door het regenwater toegevoerde hoeveelheid. Het behoeft verder geen betoog,' dat deze opgestoven lagen veel dikker kunnen zijn, ja, dat vloedmerkstuifzand met de najaarsstormen tot meters dikte kan opwaaien. Terwijl bovendien de biestarwe van de primaire strandvlakte en de helm en zandhaver van de eerste achtergeschakelde duintjes van de totale hoeveelheid op deze manier toegevoerde nitraatstikstof kunnen profiteren dooi hun vermogen steeds nieuwe uitlopers te kunnen maken in de oppervlakkige nieuw aangestoven stikstofrijke lagen.

Moeilijker wordt het een globale schatting te geven van de hoeveelheid nitraatstikstof in het gewone natie zand van het strand, dat na opdrogen en windtransport ook kan bijdragen tot stikstofverrijking van de standplaats der helmbegroeiing. Nodig is hiervoor het nitraatgehalte van het zeewater te kennen en tevens de hoeveelheid zeewater die het zand van het strand ten hoogste kan vasthouden. \ olgens schriftelijke mededeling van Dr. J. Verwey benadert de korrelgrootte van het zand van ons strand waarschijnlijk vrij aardig de opgave van I>ruce voor zand dat in waterverzadigde toestand voor ongeveer 1/5 van zijn volume uit zeewater bestaat/Wat betreft het nitraatgehalte van zeewater deelt Verwey mij mede, dat hij geen cijfers voor buitengaats aan de kust kent, maar dat hij beschikt over cijfers voor het Nieuwe-Diep bij hoog en laag water, verkregen door onderzoek van den chemicus J. Scheele. De cijfers van het nitraatgehalte bij hoog water verschillen weinig van die bij laag water. Verwey neemt aan dat zij ongeveer representatief zullen zijn voor het gemiddelde nitraatgehalte van de Waddenzee bij Den Helder, maar dat het nitraatgehalte buitengaats lager zal zijn.'Uitgedrukt als stikstof per m3 zakten zij in i939-'40 van ongeveer 2000 mg in Maart tot 50 mg in Juli en Augustus en omstreeks 10 mg in October. Wanneer men nu voor het zeewater bij Vlieland een stellig abnormaal hoge waarde van 1000 mg stikstof per m3 zou aannemen, beantwoordend aan ongeveer 4400 mg nitraat per m3, dan nog zou maar heel weinig nitraat door het zeewater worden aangevoerd. Want 1 liter zeewater bevat dan 4,4 mg nitraat en deze liter maakt, volgens bovengenoemde