is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 2, 1862, 01-01-1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

valt ook over 't geheel in een leerstellig opzigt van weerszijden eene meerder toenadering te bespeuren. De overeenkomst van dezen staat van zaken met hetgeen vroeger onder ons plaats had valt van zelf in 't oog.

Gedurende het laatste studiejaar worden de kweekelingen naar vacante gemeenten gezonden om er eene predikbeurt te vervullen. Heeft er een, op een voldoend examen, den graad verkregen van proponent, gelijk wij plegen te zeggen, zoo ontvangt hij een formele beroeping van de gemeente die hem aan haar hoofd wenscht geplaatst te zien. Dit gaat vergezeld van eene opgave der voorwaarden, en de zaak wordt afgedaan tusschen de gemeente en den beroepene.

Hierop volgt de openbare aanstelling, of //ordination", waartoe onderscheiden predikanten, doorgaans naastbestaanden en vrienden van den proponent, uitgenoodigd worden. Wat zulk eene plegtige handeling onderscheidt, is eene voorlezing over het wezen en de inrigting eener christelijke gemeente. De proponent geeft hierna een verslag van zijne beweegredenen om Evangeliedienaar te worden; van zijne christelijke geloofsgronden, alsmede van zijne ondervindingen op geestelijk gebied, tot hier toe door hem opgedaan. Vervolgens wordt de gemeente gevraagd of ze hem als haar voorganger begeert en wil ontvangen. Na een toestemmend antwoord, door een lid van den kerkeraad gegeven, wordt desgelijks de vraag tot den proponent gerigt: of hij het aangeboden beroep aanneemt, en nadat ook hij deze toestemmend heeft beantwoord, beschouwt men het verbond als gesloten. Een gebed, in enkele gevallen van handoplegging vergezeld, bekrachtigt de aange-