is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 2, 1862, 01-01-1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloed ligcliaam toonde en met ten hemel geslagen oogen sprak: //Ik draag alreeds de lidteekenen des lleeren Jesu //in mijn ligchaam."

De pogingen om den brave, die de hier vermelde woorden tot van Cuijck gesproken had, te vangen, mislukten; het volk bevorderde zijne vlugt, morde tegen de Overheid en de Priesters, ja, zelfs gaf het lucht, in zijne zangen, aan zijnen afkeer van de wreedheid, waarvan het getuige was geweest.

Ruim drie maanden na dit treurtooneel ging de stad over aan den Prins van Oranje, en verlieten Velen van de Magistraat en de aanzienlijken de stad, van gedachte zijnde, dat zij door zulk een magtig koning als Pilips was spoedig in hun aanzien zouden hersteld worden. Ook hier. uit blijkt dat de Hervormde godsdienst nog weinig ingang had gevonden; zelfs had eerst een jaar later de eerste aflegging van belijdenis des geloofs plaats, en vierden de Hervormden den 5 Julij 1573 voor de eerste maal het H. Avondmaal, bij welke gelegenheid 368 personen tot de tatel des lleeren naderden. De 'regering zorgde voor het brood en den wijn.

Eindelijk was er dan verademing, vooral ook voor de Doopsgezinden, gekomen, en mogen wij veronderstellen, dat zij zich in stilte onderling stichtten en leerden. Hoewel hunne lotgevallen na do Hervorming niet zeer belangrijk waren, wil ik tocli zoo veel mogelijk daaromtrent het een en ander mededeelen.

Balen zegt, dat zij voor 1624 op zes verschillende plaatsen vergaderden, als: in het Ciboristraatje (dat thans niet meer bestaat, maar uitkwam in de Wijnstraat over de te-