is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 2, 1862, 01-01-1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welke uitwerking die missive had, heb ik niet kunnen opsporen. Over 't algemeen is van de lotgevallen dier eerste kolonisten weinig bekend. Zooveel blijkt, dat zij eerst groote zwarigheden te overwinnen en met misgewas, veesterfte en andere tegenheden te worstelen hadden. Ook dit is zeker, dat zij zich bij de troonsbestijging van Katharina's zoon en opvolger Tzar Paul I, met een smeekschrift tot dezen gewend hebben en dat die poging met den schoonsten uitslag werd bekroond. Voor ons ligt de gunstbrief, die de Keizer, den 6den September 1800, te Gatschina onderteekende. En daar dit staatstuk eene officiële opgave behelst van al de aan onze broeders in liusland geschonkene en door Pauls opvolgers *) bekrachtigde privilegiën *f), willen wij den voornamen inhoud er van hier mededeelen.

Op grond — dus vangt dit belangrijke document aan — van de gunstige getuigenissen, die Z. M. de Keizer omtrent het gedrag der Doopsgezinde kolonisten had ontvan-

*) Van deze was vooral Keizer Alexander I hun zeer genegen. Bij zijne reis naar het zuiden zijns rijks, in 't najaar van 1825, de laatste die hij mogt doen, daar hij gedurende dezelve te Taganrok overleed, nam hij zijn weg ook door de koloniën der Doopsgezinden ; en de grootmoedige monarch trad bij die gelegenheid de nederige woning van een hunner opzieners, Cornies genaamd, binnen, om bij hem eenige ververschingen te gebruiken. Hoezeer de tegenwoordige Keizer en geheel zijn hof, na hun bekend voortreffelijk gedrag tijdens den Krimoorlog, met hen ingenomen is, zal ons later blijken, als wij een woord zullen zeggen van hunne ontvangst te Petersburg, bij gelegenheid der krooning van Alexander II, in September 1856.

f) Deze en andere oorkonden worden door hen zorgvuldig bewaard in een opzettelijk daarvoor gesticht, voor brandschade beveiligd, klein gebouw te ChortiU.