is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 2, 1862, 01-01-1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat nu eindelijk de kolonisatie in de Krim betreft, waartoe de Pruissische Doopsgezinden aan liet einde des voiigen jaars werden uitgenoodigd *), men vindt deswegens nadere bijzonderheden medegedeeld, in de Mennonitisc/ie Blatter van dit jaar.

De consul-generaal van Rusland te Dantzig liet den 8 December 1860 het volgende bekend maken: //Ik heb zoo even van het Keizerlijk Ministerie van Domeinen te St. Petersburg eene mededeeling ontvangen, met de aanvraag of 300 Mennonietische huisgezinnen genegen zouden zijn, onder dezelfde voorwaarden als hunne geloofsgenooten thans in het gouvernement Samara worden opgenomen in de Krim zich neder te zetten.

I ei wijl ik mij haast, II W el-Edel-Geb. hiervan kennis te geven, wenschte ik mij van uwe vriendelijke bemiddeling te bedienen, om zoodra mogelijk in staat gesteld te worden, boven vermelde vraag: of er, en hoeveel Mennonietische gezinnen ongeveer voornemens zijn, onder de bedoelde voorwaarden, naar de Krim te verhuizen, te kunnen beantwoorden."

De redactie der M. Platter voegde bij deze n nachricht tiir sammtliche Mennoniten — gemeinden" o. a. de uit"oodiging, om, als er soms broeders genegen waren, aan die oproeping gevolg te geven, daarvan spoedig den

i cfc -n '• ,a '' bl' 228 in eene noot niC(le, dat zich reeds

m 1836 Doopsgezinden uit W. Pruissen in de Krim hebben nedergezet. Wij betwijfelen echter de juistheid van dit, uit de allqem. Kirchenzeu. overgenomen berigt, tenzij zich die verhuisden tot eenige weinige bepaald hebben.