is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 2, 1862, 01-01-1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgever van genoemd Maandblad te verwittigen, want dat men op zijn laatst in Mei 18G1 den genoemden consul wilde doen weten, of iemand daartoe bereid was.

In liet volgend Mei-N", van meergemeld tijdschrift kon de uitgever aangaande deze zaak het volgende berigten. //Daar zijn mij van verscheidene geliefde broeders, van verschillende kanten, met name uit de Pfalz onderscheideuen vragen geworden, die eenige nadere inlichting verlangen. Eene naauwkeurige beantwoording dier vragen moet ik echter tot nadere gelegenheid mij voorbehouden, en bepaal mij thans alleen tot het onderstaande. Men is hier (te Dantzig) zelfs nog niet naauwkeurig onderrigt omtrent de landstreek, waarin de kolonisatie zal plaats hebben, en heeft daarom besloten, voorshands twee afgevaardigden, bekwame en deskundige grondeigenaars uit onze West-Pruisische Gemeeiiten derwaarts te zenden, ten einde zij, onder goedkeuring van de Russische beambten het voor de kolonisten bestemd land in oogenschouw kunnen nemen. Deze afgevaardigden zullen terstond na Pinksteren vertrekken, en eerst wanneer hunne informaties ontvangen zijn zal men over de omstandigheden en voorwaarden iets meer bepaalds kunnen opgeven. De Krim, nagenoeg zoo groot als het koningrijk Saksen, heeft een zeer verschillenden bodem: het noordelijk gedeelte is vlak, zandig steppenland, alleen voor weide geschikt; daarentegen het middengedeelte bergachtig, boschrijk en vruchtbaar; maar vooral de zuidelijke afhelling biedt een uitstekenden grond aan, heeft een warm, zuidelijk klimaat en hier is reeds lang de wijnbouw met goed gevolg gedreven, terwijl ook de zuidelijke vruchten er goed gedijen. Dit gedeelte, dat langs de kust