is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 2, 1862, 01-01-1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dier inspectiereis hier in te vlechten; nu moeten we ons bepalen bij de hoofdzaak. De uitslag dezer reis, zoo als hij door de afgevaardigden, na hunne terugkomst, wordt medegedeeld was deze: «Hoezeer wij ook genegen zijn, aan de wenschen van de hooge regering te voldoen, schijnt het ons toch uiterst bezwaarlijk, eene kolonie aan te leggen op de, in de Krim zoo ver van elkander verspreid liggende kroonlanden Het verhaal van deze reis eindigt met uiterst gunstige en aangename berigten aangaande de tegenwoordige gesteldheid der koloniën aan de Molotschna, maar deze zullen beter in ons tweede hoofddeel hare plaats vinden.

nigow, in het district Krolewetski. Ik vermoed, dat hij daarbij dezelfde kolonisten op het oog heeft, waarvan in mijne aanteekening boven op bl. 9 gesproken wordt. Als deze kolonisten later niét zijn verhuisd, is het vreemd, dat de latere berigten van de Doopsgezinden zelve uitgegaan, ook het anders zoo naauwkeurige Namens-verzeichusz der in Deutschland, Ost-und West.preu.ssen, Galiziën, Polen und lïuszland bejindlichen Mennoniten- Gemeinden, sowie ihrer Aeltesten, Lehrer und Vorsteher, Danzig 1857, met geen woord van die Tschcrnigowsche koloniën melding maken.

liet vervolg in een volg. N°.

9*