is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heette, zooals valt af te leiden uit het Register op de Leenakteboeken van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen !). Onder de leenen van de Nettelhorst behoorden eenige erven, die in zoodanige volgorde worden opgenoemd, dat er niet aan valt te twijfelen, dat Hag en Hagen identiek zijn.

Uit de geschiedenis van de zooeven opgenoemde kasteelen valt niets af te leiden over het tijdstip van ontstaan, noch of ze doelbewust gebouwd zijn langs de hypothetische grenzen van het graafschap in Hameland, c.q. langs het gebied van de graven van Zutfen. Wel liggen ze op een lijn langs beken, die in de IJsel uitmonden, doch dat is niets bijzonders, want voor de bouw van kasteelen werd altijd gebruik gemaakt van de aanwezigheid of van de nabijheid van waterloopen, als voedingsbron voor de slotgrachten. Veelal werd de beek ook omgelegd, indien de afstand tot een geschikte bouwplaats te groot was. In „Dat Huys Wildenborch, van outs geheyten Berchvreet en Seck" zou een aanwijzing kunnen liggen van een grensversterking 2).

Thans het terrein. Nasporingen in het terrein op verschillende tijdstippen ondernomen brachten mij langs de lijn Hag—Steenderen, met als verrassend resultaat het vinden van grensscheidingen in vrijwel onafgebroken volgorde. Het uiterlijk was verschillend en afhankelijk van de plaatselijke terreingesteldheid: op de hooge gronden wallen, gelijk aan die in Overijsel gevonden van Hunne naar Wegstapel; in de broeklanden veelal dubbele sloten door een begroeiden dam gescheiden. Op bijgaande kaart werden deze vondsten aangegegeven.

Bij de boerderij Hag vonden wij geen resten — helaas -—• van het geheimzinnige Agastaldaburg, waarvan ons eigenlijk niets meer dan de naam bekend is. Moeten wij het beschouwen als een voormalige versterking met een bezetting van krijgers (het angelsaksische hagosteald); of was het — aldus H. J. Moerman — een vluchtburcht, schuilplaats voor de bevolking, zooals er meer in Saksenland waren? Dit laatste komt mij het meest waarschijnlijk voor: een vluchtburcht gelegen bij een hagestalde, veilig verscholen in de broeklanden. Het terrein spreekt het niet tegen, bovendien werden er grensscheidingen teruggevonden. Ten Oosten van de Bolksbeek in de richting van Westervlier langs Schothorst3), de Mol4) en Draaiom5) en van Hag in westelijke richting langs de Horstgoot. In het verlengde van dezen weg ligt aan de Berkel een boerderij met den merkwaardigen naam Peterkamp 6). Van Deinse zegt namelijk, dat bij doorgangen in de landweer, de boer, die belast was met het sluiten van den ronneboom dikwijls Sunt Peter of 'n Peter werd genoemd 7).

1) Uitgave Gelre (1907), dl. kwartier van Zutphen. Blz. 107.

2) F. A. Hoefer, Mededeelingen omtrent den Wildenborch. Gelre XII, blz. 215, noot 4.

3) Blad 34 Groenloo, vt. 11—64. 4) ld. vt. 11—66. 5) ld- vt. 11 (>o.

6) Blad 34 Groenlo, vt. 8—63.

7) J. J. van Deinse. Landweren bij Enschede. Overdruk Twentsch Dagblad

Tubantia en Enschedesche Courant van 20, 21, 22 en 25 October 1927, blz. 28.