is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cn de vierkante dekzeilen zijn bij ons op de beide basisbivaks in het bergland achter gebleven ter indekking van de staftent, waarvan wij ons daar de weelde nog konden veroorloven. Op de verdere exploratietochten lagen wij steeds broederlijk onder één zeil met de politie en als de groep zeer klein was, ook met de dragers. Voor de verlichting gebruikten wij de militaire, opvouwbare kaarslantaarns. Ze zijn licht en zeer makkelijk vervoerbaar; ze behoeven bovendien geen petroleum of benzine, welke het transport ernstig belasten. De kaarsen zijn niet zwaar en geven een heldere vlam; alleen zijn ze duur in het gebruik. Voor vaste bivaks zijn gasoline-lampen uitstekend bruikbaar.

De voeding. Deze kan voor veldpolitie en dragers op één kg per dag worden gesteld. Dit kilogram wordt gevormd door één katti rijst (650 gr), 100 gr katjang-idjoe, ongeveer 200 gr gedroogde, gezouten visch, deng-deng, of sardines, verder wat Javaansche suiker, koffie, zout en de onontbeerlijke lombok. Als rijst neme men altijd zilvervliesrijst. De gewone witte rijst is door gemis aan vitamine B een onvolwaardig voedsel bij langdurig gebruik, als bovendien afwisselende en vitamine-rijke bijvoeding ontbreekt, zooals dat bij expedities het geval is. Wel kan het gebruik van witte rijst door katjang-idjoe (een bepaald soort groene erwtjes) worden gecompenseerd, maar dit laatste moet dan in hoeveelheden worden gebruikt, die zelden op den duur met smaak worden genuttigd. Niettemin doet men goed om ook aan zilvervliesrijst een rantsoen katjang-idjoe toe te voegen. Zilvervliesrijst is namelijk spoedig aan bederf onderhevig en dus niet geheel constant van kwaliteit. Het is daarom verstandig om steeds een hoeveelheid witte rijst, die veel duurzamer is, in reserve te houden. Bovendien is het wenschelijk, om tegenover een op NieuwGuinea van ouds gevreesden vijand als beri-beri twee pijlen op zijn boog te hebben en zich zoowel in zijn hoofd- als in zijn bijvoedsel veilig te stellen. Als beri-beri op een rimboetocht uitbreekt, of als de menschen zich op beri-beriklachten gaan beroepen (het gevreesde kaki lemmes), zonder dat men die kan ontzenuwen, is de onderneming tot mislukking gedoemd. En de leider heeft dat dan vaak aan zijn verkeerd beleid te wijten.

Ik deed met katjang-idjoe ditmaal bijzonder aangename ervaringen op. Mijn vroegere ondervinding als officier van gezondheid was deze, dat men van het opgedrongen rantsoen meestal slechts een klein deel nuttigde, terwijl men zich van de rest poogde te ontdoen, desnoods door het weg te gooien. De weinig verwende veldpolitie bleek echter op een flinke portie kadjang-idjoe zeer gesteld en dit te meer, naarmate dit kostje op grootere hoogte in kou en vochtigheid als krachtvoer meer tot zijn recht kwam. Toch is ook bij deze expeditie het gemiddelde rantsoen van 100 gr per dag niet opgegaan, maar dat was vooral aan opvoermoeilijkheden te wijten. Zelfs mijn beide Europeesche reisgezellen waren zeer op de kadjang-idjoe gesteld; ikzelf heb dit gerecht maar matig kunnen waardeeren.

De zilvervliesrijst werd door een ieder gaarne gebruikt. Witte