is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zit opgescheept, dikwijls anders gezien dan door hem, die er na de kéuring van af is! En men sta er op, dat voor vertrek een volledige inenting tegen typhus, cholera en dysenterie mitsgaders een pokkenvaccinatie plaats vindt. Is men arts, dan doet men nog beter voor te stellen om deze zelf te mogen verrichten.

Wat verder de geneeskundige verpleging op de excursies betreft, deze draait geheel om de chinine. Dit is een medicijn, die men niet telt bij tabletten, maar bij flesschen (a 500 tabletten) en niet meeneemt bij flesschen, maar bij kisten. Hieraan te kort te komen beteekent een misdaad tegenover zijn menschen. Een ruime reserve is noodig; het omslaan van een prauw mag nooit derving van chinine ten gevolge hebben. Want wat men op Nieuw-Guinea aan malaria te verwerken krijgt, weet men nooit vooruit. Het grootste deel der kust is er mee vergeven; de lage binnenlanden zijn nog gevaarlijker. Het centrale bergland is wellicht malariavrij, maar alvorens dit bereikt is kan de expeditie reeds zwaar besmet zijn. De Mimika-kust is niet beter dan de rest, maar ze heeft het voordeel, dat het bergland dichtbij is. Omdat wij langs de Mimika weldra op drommen malariamuskieten stuitten en onze beide bergtochten door een verblijf aan de kust moesten onderbreken, hebben we de reeds aan de kust ingezette prophylaxis ook in het bergland meestentijds volgehouden: twee tabletten a 0.2 gr 's avonds na den maaltijd. Wij hebben aan chinine nauwelijks meer verbruikt, dan voor de prophylaxis noodig was. Dit bewijst, dat wij praktisch geen malaria hebben gehad. Ook geen andere ziekten en dit beteekent, dat een groep van 40 personen, onder moeilijke omstandigheden bij allereenvoudigsten kost en veel kou en nattigheid, vier maanden door het oerwoud kan zwerven zonder noemenswaard door ziekte gehinderd te worden. Een enkele koortsof buikpatiënt, en nu en dan een voetwond, dat was alles.

Het medicijnverbruik had, afgezien van chinine, weinig om het lijf. Aspirientjes, buik (opium)- en hoesttabletjes moeten steeds aanwezig zijn (bv. 100 stuks van ieder). Men doet er wonderen mee, den enkelen keer, dat er om wordt gevraagd. Met aspirine zij men zuinig; men geve liever extra chinine, als malaria niet met zekerheid is uit te sluiten, wat, ook bij hoofd- of rugpijn, maar zelden het geval is. Een paar opiumtabletten bij een van streek zijnde buik, wat bij dit ruwe leven al eens gauw voorkomt, geven bijna altijd rust; een paar hoesttabletjes helpen meestal weinig, maar stellen den vrager altijd tevreden. Verder zorge men voor eenige fleschjes joodtinctuur. Deze medicijn is onvolprezen. Alle hinderlijke voeteuvels bestrijdt men met penseelen van de dikke, pijnlijke, ontstoken of verwonde plekken. De heelende werking is inderdaad aanmerkelijk, maar de suggestieve verbluffend: de zware vrachten worden des anderen daags weer gemoedelijk opgenomen, blijkbaar in de vaste overtuiging dat de o bat helpt, vooral als ook voor vertrek nog een likje wordt toegediend. Bij voorkeur doe men dergelijk eenvoudig medisch werk zelf; 's ochtends nog een bemoedigend woord, 's avonds een belangstellende informatie en ziet, men houdt het troepje loopende en de stemming