is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschreven wordt hoe aan Willibrordus uitgestrekte landgoederen werden geschonken. Zoo kreeg hij in het jaar 704 een groot deel van Waalre. De oorkonde er van spreekt over akkerlanderijen, weiden, waterrechten, beweeglijk en onbeweeglijk goed, een privébosch, acht horigenhoeven met horigen, onvrijen en geheel hun bezit. Het grondgebied blijkt later begrensd te zijn door Aalst in het Noorden en door Borkel en Schaft in 't Zuiden (van Valkenswaard is nog geen sprake. (11). Ook in Aalst kreeg 'Willebrord bezittingen. Hier was het de monnik Ansbald, die zijn vaderlijk erfgoed en zijn persoonlijk verworven goederen, alsook tien horigen wegschonk.

Beide dorpen bekwamen zooals de meeste andere in Brabant, een gemeente, dat wil zeggen een gemeenschappelijk te gebruiken stuk grond. Hun werd dit geschonken in 1326. Vele tienden bleven tot aan de Fransche revolutie in de handen der abdij van Echternach.

De ontwikkeling van landbouw en veeteelt verliep hier zooals elders in Brabant. Het diepe verval tijdens de zeventiende en achttiende eeuw trof ook deze dorpen. Over den toestand van Aalst worden wij ingelicht door het verslag van een vergadering, aldaar gehouden op 3 Aug. 1730. Er werd geklaagd, dat men de huizen sloopte en ze naar buiten Aalst vervoerde, alsook de bijgebouwtjes er van, die men verkocht. De: landerijen kwamen geheel buiten cultuur. Besloten werd, „zoo iemand het waagde, bij dage, nacht en ontijden fraudelent zijn huis of stallingen af te breken of te vervoeren, hij gehouden was deze op dezelfde plaats opnieuw op te richten!"

In de vorige eeuw bloeide de landbouw en veeteelt weer op. De omzetting van geheel het bedrijf in dienst van de veeteelt voltrok zich ook hier. De lagere gronden werden gebruikt voor weiland; de hoogere voor bouwland. De herhaalde overstroomingen en de gebrekkige waterafvoer hielden een goede bebouwing van den bodem nog tegen. Vooral in de vorige eeuw richtte het hooge water veel schade aan. In vroegere tijden overstroomde de Dommel niet zoo vaak, omdat allerwegen de afwatering slecht was. Na den vrede met België werd de toestand onhoudbaar. Dit land begon met een goed opgezetten kanalenaanleg, kanalen die mede dienst deden bij de in de Kempen aan te leggen bevloeiingsweiden. Het Kempensch kanaal ontving water uit de Maas voor de bevloeiing. De Dommel ging er onder door en kreeg, verderop het afgewerkte vloeiwater. Herhaalde overstroomingen in 't benedengebied waren hiervan het gevolg. Om een en ander te regelen werd in 1863 het waterschap de Dommel opgericht. Door onderhandelingen werd bereikt, dat België de helft, maar ten hoogste 250 000 frs zou betalen in de door het waterschap aan te brengen verbeteringen voor den waterafvoer. Men kon echter België niet verplichten het vloeiwater weer in het scheepvaart kanaal te voeren. Nog altijd vormt de afvoer van het Dommelwater een vraagstuk waaraan gewerkt wordt. Vooral de overstroomingen in het voorjaar, wanneer de plantenwereld gaat ontluiken, en die in den zomer, richten veel schade aan.

Het bouwland heeft in deze gemeente vrijwel een even groote