is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komst resp. n, 10, 9 en 8 % van de belastbare opbrengst der sawah's geheven zouden worden. De economische toestand werd zwak genoemd. De productiviteit der sawah's wisselde van 20 pikol tot 5° pikol en meer per ha, gemiddeld werd 46 pikol per ha sawah verkregen.

In Dompo werd de economische toestand eveneens zwak genoemd ; de gemiddelde opbrengst der sawah's bedroeg per ha 45 pikol, terwijl twee belastingkringen werden ingesteld, waarvan in de toekomst respectievelijk 9 en 8 *''/c van de belastbare opbrengst der sawah s geheven zouden worden.

In het landschap Sanggar, dat slechts 5 kampongs telde, was de gemiddelde opbrengst der sawah's per ha iets hooger, namelijk 52 pikol, maar werd de economische toestand eveneens zwak genoemd, wat ook uit het te heffen percentage (8%) van de belastbare opbrengst der sawah's blijkt.

Sinds 1928 geven de Statistische Jaaroverzichten van Nederlandsch Indië cijfers over de uitgestrektheid der landrenteplichtige gronden in de afdeeling Soembawa. Daar wij de uitgestrektheid van deze gronden in de onderafdeeling Soembawa in de jaren I929 en I932 kennen (Lit. 20, p. 179), is hieruit het oppervlak der landrenteplichtige sawah's en droge gronden in de onderafdeeling Bima te berekenen. Aldus werd gevonden, dat deze onderafdeeling in 1929 20 019 ha en in 1932 16 418.32 ha landrenteplichtige sawah's bezat. Ultimo I929 bedroeg de uitgestrektheid van het landrenteplichtig sawahbezit int de geheele afdeeling 44 120 ha; ultimo 1930 44 673 ha, zoodat het sawahoppervlak in het tusschenliggende jaar zeer weinig is toegenomen. Een berekening van het aantal inlanders per km2 sawah, door het aantal km2 landrenteplichtige sawah's van ultimo 1929 te deelen op het aantal inlanders in October 193° geteld, schijnt daarom verantwoord en zal een cijfer opleveren, dat een weinig te hoog is. Het bedraagt 988.83. Voor West-Soembawa werd elders (Lit. 20, p. 106) een gelijke berekening gemaakt en werd een aantal van 466.94 inlanders per km2 landrenteplichtige sawah gevonden. Uit deze beide cijfers treedt duidelijk het groote verschil tusschen de oost- en westhelft van het eiland Soembawa naar voren: terwijl in het Westen een zekere overvloed aan sawah's niet te miskennen valt, beschikt de bevolking van Bima relatief over veel minder van deze bouwgronden. Beide cijfers zijn echter aan den hoogen kant; in werkelijkheid is het sawahoppervlak in de beide onderafdeelingen waarschijnlijk grooter (zie blz. 221) en het aantal inlanders per km2 sawah dus kleiner. De cijfers blijven ook beneden het gemiddelde voor Java en Madoera, dat het tijdelijk Kantoor voor de Volkstelling 1930 berekende (1248.23 inlanders per km2 sawah1)). Een gemiddeld aantal inlanders van ruim 900 per km2 sawah vindt men in vele districten van Java, maar een cijfer, dat overeenkomt met dat van West-

1) Waaronder de niet-landrenteplichtige sawah's begrepen zijn. Volkstelling

1930, III, p. IJ.