is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het noordwester-, zuidwester-, noordooster- en zuidoosterkwartier zou kunnen noemen. De verbindingslijnen van het noordeinde van de Tjempibaai met het zuideinde van de Bimabaai, van de Bimabaai met het einde van de Waworadabaai, en van de Bimabaai (op de plaats waar de zuidelijke kom begint) naar de Sapebaai kunnen ongeveer als de grenzen van deze kwartieren worden opgevat.

In elk van deze gebieden vinden we de grootste bevolkingsdichtheid in de peripherie, terwijl zich in het centrum één of meer boschcomplexen uitstrekken. In het noordwesterkwartier vinden we nog uitgestrekte, grootendeels oorspronkelijke bosschen in het SinggiDonggogebergte 1). Deze bosschen zijn aan de zuidzijde van dit gebergte reeds op ± 500 m altijd groen; op de noordhellingen komt het loofverliezend bosch evenwel tot ± 800 m hoogte. In het regenwoud komen Dipterocarpaceae en Podocarpus-soorten veelvuldig voor; ook de soerèn2), die voor het verkrijgen van timmerhout wordt uitgekapt. Op een hoogte van ± 1 500 m gaat het regenwoud in deze streken over in mosbosch met veel S t r o b i 1 a nt h e s 3), varens en F r e y c i n e t i a 's. De ladangs, die in het maagdelijk bosch van het Singgi-Donggogebergte zijn aangelegd, geven de hoogste opbrengst van alle dergelijke bouwvelden in de onderafdeeling, namelijk tot 30 pikol droge padi per ha (Man. 5). Wanneer de occupatie van boschgronden slechts éénmalig is, ontstaat na verloop van 5—8 jaren weer secundair bosch met 8—10 m hooge boomen. Wordt weer opnieuw geoccupeerd, dan verloopt het boschherstel langzamer. Wordt vee op deze terreinen gebracht, dan ontstaan na herhaalde occupaties in het secundair bosch ten slotte open grasvlakten met veel kelompo mesa 4), terwijl in het bosch zelf Schoutenia ovata, Tamarindus indica, Ziziphus jujuba, Grewia microcos, Melia Azedarach, Protium javanicum, Streblus asper, Acacia tomentos a, Aegle Marmelos en Kleinhovia hospita overheerschen 5). Op de zuidhellingen van het Singgigebergte ziet men ook veel alang-alang op oud ladangterrein; dit gras verbreidt zich uit het Tamboragebied naar het Oosten (Man. 4). Het lage plateau Toeta Rasa, tusscherï het boschgebied van het Singgigebergte en het grootste boschcomplex van het Donggobergland gelegen, is daarentegen grootendeels met nuttige grassen bedekt.

Sterk door den ladangbouw aangetast is ook de begroeiing van de oostelijke hellingen van het Donggogebergte, die naar de baai van Bima afdalen. Elbert (Lit. 6, deel II, p. 77) spreekt van een „armselige Parklandschaft". Op deze zeer steenachtige hellingen bevinden zich hier en daar kemiribosschen.

1) Volgens den houtvester Rahm (Man. 4). Bij de beschrijving van de boschcomplexen wordt verder grootendeels diens boschtechnisch verslag gevolgd

2) Toona sureni Merr. (Cedrela febrifuga BI.).

3) Strobilanthes crispus BI.

4)Sida rhombifoüa L.

5) Volgens den boscharchitect van Bima (Man. 5).