is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit den mond zelf van de oeverbewoners, die van verre waren gekomen om ons" te bezoeken. En ziet, luttele maanden daarna wordt een meer ontdekt door den vliegenier Wissel; een meer, dat in zijn plaatsbepaling dermate beantwoordt aan de situatie, zooals ons die door onze zegslieden was duidelijk gemaakt, dat we hier waarschijnlijk met hetzelfde object te maken hebben. Datzelfde jaar 1936 eindigde niet dan nadat de stuursche Carstensz den zilverwitten kop had moeten buigen voor Colijn, Dozy en dienzelfden Wissel, die wederom uit de lucht den aanval had geleid en het succes mogelijk had gemaakt.

Vervolgens zijn in 1937 nieuwe exploiratie-tochten onder den assistent-resident Cator ons expeditie-spoor naar Pania gevolgd en eenige maanden geleden kwam het bericht, dat een marinewatervliegtuig erin is geslaagd om op het Wisselmeer neer te strijken.

Nog hurkt Nieuw-Guinea's bergvolk, naakt, getooid met de groteske, heldergele peniskalebassen en met de steenen bijl over den schouder, om zijn haardvuren. Maar hun steenen tijdperk zal weldra moeten worden bijgezet in de grafkelders der historie. En de Bergpapoea, wil hij dit lot niet deelen, zal moeten leeren loopen in het verband der volken. Daarmee is dan tevens een taak aan het Westen opgelegd. De taak om te zorgen, dat wat onafwendbaar het lot is van dit volk, voor hen geen noodlot wordt. Gelukkig is dit geen leege rethoriek. De Nederlandsche Commissie voor Internationale Natuurbescherming houdt zich reeds ernstig met dit vraagstuk bezig.

Het doel van de anthropologische Mimika-expeditie, uitgerust door de Maatschappij ter bevordering van het Natuurkundig Onderzoek der Nederlandsche Koloniën, was nader onderzoek der Tapiro dwergen, in 1910 door de Engelsche expeditie Goodfellow-Wollaston ontdekt, en verder opsporing van andere berg- (mogelijkerwijs dwerg-)stammen in het centrale bergland achter de Mimika-kusl. Het verloop van deze onderneming, welke 15 October 1935 te Kaukenau aan den mond der Mimika-rivier voet aan wal zette en zich 6 Februari 1936 aldaar weer inscheepte, werd in algemeene trekken beschreven in jaargang 1936 van dit tijdschrift, pg. 191 en 412. Daai de door de expeditie bezochte streken echter, zooals uit het hierboven vermelde blijkt, groote belangstelling trekken, mogen eenige nadere gegevens niet langer achterwege blijven. Op nevenstaande kaart staan 'de door ons gemaakte voettochten aangegeven. De centra van anthropologisch onderzoek, zes in getal, zijn aangegeven door het teeken in de legenda van het tekstk. no. 1 vermeld.

De bergstammen zijn makkelijker te bezoeken naarmate ze meer naar het Westen wonen, want daar zijn de bergen dichter bij de kust. Bij Oemar zouden ze zelfs in één dag van de kust zijn te bereiken. Inderdaad gelukte dit aan pater Tillemans in 1932. De gestalten der aldaar aangetroffen menschen leken hem echter wat groot voor echte „Kapaukoes", zooals de naam luidt, welke in de Mimika-streek algemeen aan het kleine bergvolk wordt gegeven. Dit was voor ons aanleiding om onze tochten met een bezoek aan dit volkje aan te