is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderzeeschen rug tusschen Helgoland en Eiderstedt, van W. Scheffen over strandwaarnemingen aan de Maleische kusten, van A. L. Buschkiel over veranderingen in de Javaansche delta's en van P. Groschopf over landverliezen aan de Kieler en Lübecker-

bocht. , .

Voorts vindt men mededeelingen over natuurbescherming in duingebied, over de studiediensten voor landaanwinning op de Wadden, over de geologen-bijeenkomst op Juist in Mei 1937, over de Geotektonische Commissie, enz. zoomede besprekingen over onlangs verschenen boeken als die van Van Dieren (Organogene Dünenbildung), van de U. S. Beach Erosion Board (Interim Report), van Lévèque (Bordeaux et 1'Estuaire Girondin), van Schütte (Alluvium des Jade-Wesergebietes), enz. J. v. V.

L C. Vrijman, Slavenhalers en Slavenhandel. P. N. van Kampen'& Zoon N.V. Amsterdam 1937. 151 blz., ingen. ƒ2.25

In het Nederlandsch Archief voor Kerkgeschiedenis, dl. XI, atl. 3, publiceerde wijlen prof. dr. A. Eekhof in 1914 „twee documenten betreffende den slavenhandel in de 17de eeuw" en toonde daarin aan, dat zoowel de Oost- als de Westindische Compagnie met alleen slaven kochten ten behoeve van eigen koloniën, maar van den slavenhandel in het algemeen formeel een bron van bestaan maakten. Voor de Westindische Compagnie was de „slaefhandel zelfs een zeer belangrijke bron van inkomsten, vooral na de verovering van St. George d'Elmina, het groote slavenstation aan de kust van Guinea. In ditzelfde artikel constateert Eekhof, dat het boek over den slavenhandel in den tijd der beide compagnieën „dat dit onderwerp zakelijk en volledig behandelt" nog altijd geschreven

moet worden. . ,

Het hier aangekondigde boek van Vrijman is een stap in deze richting. Het moge niet volledig zijn — zoo is o.a. het genoemde artikel van Eekhof den schrijver blijkbaar ontgaan — zakebjk is het in elk geval. De schrijver beperkt zich tot den slavenhandel der blanken aan de Westkust van Afrika, het transport van de slaven naar de overzeesche gewesten en den negerhandel in de kolomen. Vooral wijst hij daarbij op het aandeel dat de Nederlanders in de 17de, 18de en 19de eeuw daarin hebben gehad. Hierdoor is dit werk een belangwekkende aanvulling geworden, eenerzijds op de in 1935 verschenen studie van H. A. Wyndham, The Atlantic and Slavery *), waarin de stof overigens iets meer sociaal-geografisch wordt behandeld, anderszins op hetgeen reeds in ons land over dit onderwerp verschenen is. Ik denk hierbij behalve aan de door den schrijver zelf genoemde literatuur ook aan Menkmans „Slavenhan del en Rechtsbedeeling op Curagao op het einde der 17de eeuw", uit welk laatste blijkt welk een belangrijk slavendepot Cura^ao

1) The Hon. H. A. Wyndham, The Atlantic and Slavery. Oxford University Press. London 1935.