is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren noodig een sleepboot, baggermolen, zandzuiger en vier bakken. Van 8 December—28 Januari werd met man en macht ook op vrije dagen en Zondagen gewerkt. Toch sloeg op 2 Januari '37 opnieuw 15 m kade weg. Vele zinkstukken moesten worden neergelaten. Na de dichting volgde het afzanden van het overstroomde land. De totale kosten van herstel bedroegen ± ƒ 15.000. Daarbij komt dan nog de schade aan de landbouwgewassen. In de hoogteligging der polders zijn verschillen tot ± 1.25 m op te merken (zie kaart III). Alleen in het uiterste NO. komen hoogtecij fers boven 1 m + N.A.P. voor. Verreweg de meeste polders, weer met uitzondering van het NO., liggen na de bedijking, egaliseering en inklinking beneden MV. Deze bedraagt aan den binnenkant van de schutsluis te Werkendam 1.07 m, in het Spijkerboor i.iq m en in het Gat van de Visschen 1.31 m + N.A.P. ME is te Werkendam 0.18 m —, in het Spijkerboor 0.34 m — en in het Gat van de Visschen 0.67 — N.A.P. Het getijverschil bedraagt dus 1.25 m in het NO., 1.50 m in het ZO. en 2.00 m in het ZW. De getijstroomen zijn onder alle omstandigheden merkbaar in tegenstelling met de Nieuwe Merwede, waar de vloedstroom onder gunstige omstandigheden tot Werkendam komt, doch bij hoog bovenwater de invloed der getijstroomen zeewaarts verplaatst wordt. In dat geval gaan echter in de killen van den Biesbosch nog sterke stroomen en zij, die met het vaarwater vertrouwd zijn, maken dan graag van den vloedstroom gebruik om snel naar de Werkendamsche sluis te komen. Daar betonning en bebakening in den Biesbosch ontbreken, is dit echter niet ieders vaarwater. Bij eb is de vaargeul in vele killen van zeer geringe diepte, wat uit de getalopgaven in het hier volgende overzicht der vier hoofdroutes blijkt. Deze zijn ]) :

ie. Spijkerboor (geringste diepte 80 cm—ME)—Steurgat (40 cm) —Kanaal van Werkendam (80 cm)—Schutsluis.

2e. Spijkerboor—Oostkil (50 cm) (naar Hank)—Bleeke kil. Geeft te Vierbannen en Nieuwendijk bij gelijken waterstand toegang tot drie boezemwateren van het Land van Altena.

3e. Gat van de Visschen (40 cm)—Gat van Van Kampen (50 cm) —Gat van den Noorderklip (id.)—Reugt (id.)—Steurgat.

4e. Gat van de Visschen—Kleine Hil (50 cm)-—Gat van den Hardenhoek (30 cm) naar de Spieringsluis.

Van deze waterwegen speelt alleen de eerste een bescheiden rol in het doorgaand verkeer (Wilhelminakanaal—Merwede). Het jaarverkeer door de schutsluis te Werkendam is volgens den Wegwijzer ± 10 000 schepen, metende bijna 500 000 ton, waarvan 1/3 doorgaand en 2/3 plaatselijk verkeer in den Biesbosch2). De grootte der schepen is niet meer dan 150 ton. De scheepvaart in den Biesbosch profiteert dus van de hooge vloedstanden en stelt dus prijs op het behoud daarvan.

De lage ebstanden zijn voor de afwatering van belang. Aanvankelijk

1) Cijfers ontleend aan den Wegwijzer voor de binnenscheepvaart. Deel II,

1932 (1936). 2) Vergelijk tabel T.E.G. '29, blz. 260.