is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ven elders aan en werden opgestookt. Toch stelle men na voltooiing van dit werk zijn verwachting niet te hoog. De keten zullen vuil en onooglijk, woonplaatsen van ratten en andere ongedierte blijven. Waar zooveel mannen samenhuizen is niet anders te verwachten. Het woonvraagstuk der arbeiders zal pas zijn opgelost, als hun vrouwen naar het werkgebied verhuizen, maar... daarvoor moet de Biesbosch bewoonbaar zijn.

B. Grondbezit en grondprijzen. Voor het ontstaan van het tegenwoordige grondbezit moeten wij teruggegaan tot 15'6; toen door Karei V de „Commissie op de Verdronken waard van ZuidHolland" werd ingesteld. Gronden en visscherijen werden geacht aan de grafelijkheid vervallen te zijn als geen zeer deugdelijke bewijsstukken van eigendom konden worden overgelegd. Daarmee begon de strijd tusschen de particulieren, die meenden aanspraken te kunnen doen gelden en het bestuur der domeinen, dat alle wateren met de daarin ontstane opwassen aan zich trachtte te trekken. De domeingronden verkregen een groote uitgestrektheid. In het midden der vorige eeuw kwam de splitsing en regeling van het Kroondomein en Staatsdomein tot stand, als gevolg van art 27 der Grondwet van 1848.

De verkrijging van de rechten op den grond door particulieren en de uitbreiding van deze gronden is een voortdurende strijd tegen het staatsdomeinbestuur geweest. De eigenaren hebben in den loop der jaren kunnen profiteeren van de bepaling van art 651 B.W., dat zegt, dat alle „aanspoelingen" ten goede komen aan den eigenaar van den oever, ongeacht of de grootte van zijn gebied is vermeld.

Aanwassen worden dus eigendom van de bezitters der nevenaan gelegen gronden; opwassen komen aan het staatsdomein. In een gebied, waar getijden heerschen en de eb- en vloedstroomen zich soms snel verleggen moet het onderscheid tusschen op- en aanwassen dikwijls wel zeer problematisch zijn (Namen: Kwestieus, Krakeel, Kijfhoek, wijzen hier op). Zoo moest door den aanwas wel een zeer uitgesproken vorm van grootgrondbezit ontstaan j dat door aankoop soms nog werd uitgebreid. De grootste grondeigenaar is het kroondomein, dat 1282 ha bezit, dan volgen Jannezand (470 ha), Moken, de Kleine Turf zak en Kwestiens (450 ha), vervolgens het staatsdomein (384 ha). Al deze opgaven omvatten niet het water en de slikken. Er zijn thans:

21 bezitters boven 100 ha Samen 5255 ^ia °f 59 % v- d. totale oppervlakte ) 8 „ van 60—100 „ „ 596 „ » 7 » » » »

14 ., „ 40—60 „ „ 660 „ „ 7 » » >• » »

17 „ „ 20—40 „ „ 472 >, » 5 .. » >• » »

14 „ „ 10—20 „ „ 210 „ „ 25^,, „ „ „ >.

27 „ „ 5—10 „ „ 210 „ „ 2yi,, „ „ »

56 „ „ 1—5 .. ». '4Ó „ „ 2 „ „ „

1) Met totale oppervlakte" wordt bedoeld de oppervlakte van den geheelen Biesbosch,"bezuiden den bandijk, inclusief het water. De percentages hebben

betrekking op het land in allerlei vorm. De ontbrekende % hebben dus betrekking op het water, onbegroeide platen en slikken (± 14%) en het bezit kleiner dan I ha.