is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Laagterras afkomstig. In zijn benedenloop transporteert de Maas dus hoofdzakelijk jeugdig Rijn-zand.

De Maas is een mooi voorbeeld van een rivier, die meer stroomopwaarts grindrijk en meer benedenstrooms zandrijk is. De meeste geologen hebben zich gewend aan de voorstelling, dat dit wordt veroorzaakt door een geleidelijk afslijten van het grind bij het lange transport. Het zand in den benedenloop zou dus een vergruizingsproduct zijn van het grind in de meer bovenstroomsche gebieden.

In het geval van de Maas beschikken wij thans over het bewijs,, dat deze voorstelling onjuist is Het Ardennengrind, karakteristiek voor het zuidelijk deel van den stroom, hangt petrologisch samen met de Eysden-provincie en niet met de sterk gemengde associaties, die meer noordelijk in de Maasbedding liggen. Er bestaat tusschen het Maasgrind van Zuid-Limburg en het Maaszand van het Noorden van Noordbrabant geen nadere overeenkomst dan dat de Eysden-bestanddeelen bij nauwkeurige studie als ondergeschikte component in de noordelijke Maaszanden nog juist kunnen worden opgemerkt.

8. Zanden, door den Rijn aangevoerd.

In § 6 is toegelicht, dat de invloed van de Fennoskandische erosieproducten op de sedimentatie van den Nederlandschen bodem reeds uit het Eoceen dateert, in het Jong-Tertiair de mariene sedimentatie beheerschte en dus geenszins karakteristiek is voor het Kwartair. Deze conclusie heeft een petrologische pendant, namelijk het moeilijk te voorspellen verschijnsel, dat omstreeks den overgang Plioceen—Pleistoceen een groote verandering in de zuidelijke materiaalaanvoer plaats vond, en wel het ontstaan van de Saussuriet-provincie !), waarvan de verbreiding bewijst, dat ze een product is van den Rijn. De Zuidgrens van deze producten kwam reeds ter sprake in § 6, aangezien ze samenvalt met de zuidgrens van de A-zanden. Het bestaan van een oostgrens blijkt uit waarnemingen van Crommelin (Lit. 12) over praeglaciale zanden bewesten Enschede en uit de boringen NoordLaren en Scheemda (Lit. 7). In de omgeving van Hengeloo komt de invloed van den Rijn in de praeglaciale delta langzamerhand tot een einde, terwijl de boring Noord-Laren op één diepte, namelijk 106 m, nog eenig saussuriet-materiaal bevat en de boring Scheemda daarvan geheel vrij is, zoodat de grens ongeveer over Noord-Laren loopt. Zoowel in Twente als in Groningen wordt de plaats van het Rijnzand in de fluviatiele delta naar het Oosten door geheel anders samengestelde zanden ingenomen, over welke zanden de volgende paragraaf handelt.

Wijzen de zuid- en de oostgrens onmiskenbaar op herkomst uit het Zuidoosten, ook de ondergrens is vastgesteld, zoodat de voor ons land zoo belangrijke Saussuriet-provincie inderdaad in drie dimensies bekend is.

Het onderzoek naar de ligging van de ondergrens van de Saussuriet-

1) Saussuriet is een bestanddeel van vele diabazen en aanverwante gesteenten, welke in het Leisteengebergte een aanzienlijke verbreiding hebben.