is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Te 's-Gravenhage

hield dr. ir. W. C. Klein een voordracht over „Nederlandsch Nieuw-Guinea in de laatste vier jaren" met lichtbeelden, voor het Genootschap, het Algemeen Nederlandsch Verbond, de Nieuw-Guinea Studiekring; het Koloniaal Instituut en Oost-en-West.

Spreker ving aan op te merken, dat na de stiefmoederlijke behandeling sinds 1934 het onderzoek van Nieuw-Guinea op krachtiger wijze ter hand is genomen en de toezegging van den minister van Koloniën te willen komen tot de oprichting van een maatschappij voor Nederlandsch Nieuw-Guinea een goed teeken is. Dr. Klein besprak vervolgens de uitingen der verhoogde belangstelling. Het aantal bestuursambtenaren is uitgebreid; over het onderzoek der bosschen zal spoedig een rapport verschijnen; het onderzoek voor den landbouw heeft reeds resultaten opgeleverd en de oprichting van een gouvernements landbouw-onderneming is waarschijnlijk. De mijnbouwexploratie is verreweg de belangrijkste, zoowel wat goud als wat petroleum betreft. De petroleumwinning heeft reeds de vestiging Rabo doen ontstaan, waar reeds ongeveer 100 blanken wonen.

Ten slotte behandelde spreker nog de luchtvaart, de visscherij en den handel. Hij wijdde ook nog woorden aan de zending, welke voor de ontwikkeling van Nieuw-Guinea van belang is.

Den 7den April hield de heer J. Sibinga Mulder een voordracht met lichtbeelden en kleurenfilm, getiteld „een kijkje in YellowstoneGrand Teton- en Rocky Mountain national Park". Voor het verslag dezer lezing wordt verwezen naar de Maart-aflevering blz. 338.

Te Rotterdam

gaf dr. H. G. Cannegieter op den 24Sten Februari een voordracht over „de meteorologische beveiliging van het luchtverkeer naar Jndië" met lichtbeelden, voor het Genootschap en Oost-en-West.

De spreker ving aan met een schets te geven van de moeilijkheden, waarvoor de meterologen zijn gesteld nu de vliegroutes langer, de vliegtuigen sneller en de hoogten waarop gevlogen wordt, grooter zijn geworden. Om den bestuurder van te voren in te lichten over het te verwachten weer, is een organisatie noodig, welke den meteoroloog in staat stelt zich snel een oordeel te vormen over de luchtverdeeling en het weer over groote gebieden. Naast voorlichting over groote routes, wordt ze vereischt voor de kleine afstanden en voor de landingsmogelijkheden bij slecht weer. Dr. Cannegieter gaf een schets van de organisatie, welke noodig is om aan al deze eischen te voldoen.

Vervolgens schetste spreker de ontwikkeling van het weer volgens moderne opvattingen en besprak hoe de geographische gesteldheid aanleiding geeft tot de ontwikkeling van lokale bijzonderheden in de weersgesteldheid.

Hierna werd de Indiëroute aan een beschouwing onderworpen en eindelijk het probleem van het vliegen op zeer groote hoogten be-