is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sproken en de rol van de radio om de vliegtuigbestuurders veilig hun 14000 km langen weg te doen afleggen.

De heer L. C. Reedijk vertoonde voor het Genootschap, het Koloniaal Instituut en Oost-en-West eenige films over Suriname.

Na een korte inleiding, waarin de morfologie en de geschiedenis van Nederlandsch Guyana werden geschetst, besprak de heer Reedijk de bonte samenstelling van de bevolking, waarbij thans nog veel gebruiken en voorwerpen voorkomen, die van de eerste inwoners afkomstig" zijn. De Indianenbevolking sterft langzamerhand uit, ten gevolge van inteelt, drankmisbruik, tuberculose en kindersterfte. Behalve negers, Britsch Indiërs, Chineezen, Javanen, Syriërs, Hollanders en alle mogelijke kruisingen van de genoemde rassen en nationaliteiten, herbergt Suriname ook vertegenwoordigers van bijna alle Europeesche staten, naast enkele Amerikanen.

Spreker besprak vervolgens het klimaat, dat niet ongunstig is, doch waarschuwde voor kolonisatie door blanken en omkleedde dit laatste met redenen, waarvan de voornaamste wel waren de onbergzaamheid van het binnenland en de hooge arbeidsloonen.

Hierna volgde de vertooning van eenige films. Als eerste noemen wij „Surinaamsch kustland" een kijkje gevende op het lage kustgebied langs den Atlantischen oceaan.

De tweede rolprent, gedeeltelijk in natuurlijke kleuren, deed den aanwezigen Paramaribo zien.

Vervolgens werd de film „Djoeka" vertoont, hoofdzakelijk een beeld gevende van het leven, de zeden en de gewoonten der boschnegers. Deze film liet de heer Reedijk voorafgaan door een korte inleiding.

Den 24sten Maart gaf prof. dr. L. Ph. Le Cosquino de Bussy zijn „economische indrukken van een reis in Nederlandsch Indië in 1935" weer aan de hand van lichtbeelden en films, voor het Genootschap en Oost-en-West. Voor deze voordracht wordt verwezen naar het verslag op blz. 152 der Januari-aflevering.

Op 27 April hield dr. ir. W. C. Klein voor het Genootschap, Oosten-West, het Koloniaal Instituut, het Algemeen Nederlandsch Verbond en de Nieuw-Guinea Studiekring een lezing over „Wat er de laatste vier jaar door Nederland op Nieuw-Guinea is gedaan". Verwezen wordt naar het verslag, dat op blz. 511 voorkomt.

Te Utrecht

Den 25sten Februari hield dr. L. J. A. Schoonheyt een voordracht over „de Boven-Digoel" met lichtbeelden en films, voor het Genootschap en Oost-en-West, waaraan het navolgende is ontleend.

Na een algemeene inleiding over de toestanden in het gebied van de boven-Digoelrivier en een waarschuwing tegen vergelijk van deze toestanden met die, welke in het overige Indië bestaan, ging dr.