is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(91)

Ramaer, J. C., Het hart van Nederland in vroegere eeuwen. (T.A.G. 1913 pp. 279—310, 429—451, 708) avec carte.

, Het Nederlandsch Alluvium in den Romeinschen tijd en de Middeleeuwen.

(T.A.G. 1928 pp. 202—235, 593—628).

Fockema Andreae, S. J., Het hoogheemraadschap Rijnland, zijn recht en zijn bestuur van den vroegsten tijd tot 1857. Leiden 1934. (Thèse Leiden).

Teixeira de Mattos, L. F., De waterkeeringen, waterschappen en polders van Zuid-Holland. 's-Gravenhage 1906—1929.

Veen, H. N. ter, De Haarlemmermeer als kolonisatiegebied. Proeve eener sociaalgeographische monographie. Groningen 1925.

Landmeter, Fr., Uit het gebied van den voormaligen en tegenwoordigen Biesbosch. (Tijdschrift v. Economische Geographie 1929 pp. 225—269).

, De Brabantsche Biesbosch en de afsluitingsplannen. (T.A.G. 1938 pp.

354—396) avec 2 cartes.

Jaarsma, W.. De Friesche zeeweringen van 1825—1925. Honderd jaren uit de geschiedenis van de zeedefensie in de provincie Friesland (z. p.) 1933.

Jaarverslagen van de Vereeniging voor Terpenonderzoek 1917—-

Ramaer, J. C., De vorming van den Dollart en de terpen in Nederland, in verband met de geographische geschiedenis van ons polderland. (T.A.G. 1909 pp. 1—61).

Rietema, S. P., Over wierden en dijken. Schets eener geschiedenis van de Noordzeekust tusschen Lauwers en Eems. (T.A.G. 1914 pp. 161—175, 301—345) avec carte.

Schuiling, R., De Nederlandsche vluchtheuvels, geographisch beschouwd. (T.A.G. 1912 pp. 599—622) avec 3 cartes.

Veen, J. van, De Fivel en hare verzanding onderzocht door P. M. Bos. (T.A.G. 1930 pp. 673—6qi, 773—800) avec carte.

Beekman, A. A., De stormvloed van 13—14 Januari 1916. (T.A.G. 1916 pp. 364—394) avec 2 cartes.

, De overstroomingen van 1925—26. (T.A.G. 1926 pp. 143—154) avec cnrte.

Driemaandelijksch bericht betreffende de Zuiderzeewerken.

Jansma, K. Les travaux d'asséchement du Zuiderzee. (La Géographie T. LIII pp. 49—58) avec carte.

Ramaer, J. C., De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee. (T.A.G. 1930 pp. 350—379, PP- 623—660).

Thysse, J. Th. De eerste jaren van het IJselmeer (T.A.G. 1935 pp. 481—507).

•, Het IJselmeer is zoet. (T.A.G. 1937 pp. 336—339).

Zuiderzee, La fermeture et 1'asséchement partiel du —, composé avec la collaboration du Ministère du Waterstaat, de la Direction des Travaux du Zuiderzee et de la Direction du Wieringermeer. (Textes explicatifs en langue frangaise, allemande ou anglaise pour accompagner les 8 albumsphoto documentaires: „Afsluiting en gedeeltelijke droogmaking van de Zuiderzee"). Amsterdam 1929—1937.

La mise en culture

J. van Konijnenburg, Landontginning, een middel tot wering van armoede (1850).

M. Brinkgreve, De ontginning onzer heidevelden (1887).

H. Blink, Geschiedenis van den Boerenstand en den Landbouw in Nederland (2 tomes 1902—'04).

De Nederlandsche Landbouw in het tijdvak 1813—1913 (1913).

Gedenkboek der Ned. Heidemaatschappij (1913).

Rapporten en Voorstellen betreffende de ontginning van woeste gronden in Nederland (2 tomes 1920—'21).

Rapport omtrent de uitkomsten tot dusver verkregen bij het verleenen van Rijkssteun voor de stichting van boerderijen op woesten grond (1924).

Ruilverkaveling (1925).

A. H. Martens van Sevenhoven, Marken in Gelderland (1925).