is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op blz. 95, waar de schoolcursussen ter sprake komen Hier verneemt men, dat voor deze cursussen een kleine vergoeding moet

worden betaald, uit paedagogische overwegmgen Overwegmgen,

die alle aandacht verdienen, niet het minst der regeering

atvTn maatregelen door andere fabrikanten genomen, hooren wij echter niet veel, waardoor misschien een ietwat te eenzijdige in

druk wordt gegeven. iaatcte

Zeer uitvoerig, ik zou haast zeggen volgens een de laatste

jaren regel geworden bepaald recept, wordt de maatschappelijke bouw der samenleving behandeld, respectievelijk ontleed Men wachte zich echter voor te zware conclusies en vergete niet, dat Eindhoven meer nog dan andere plaatsen groeiende is, er van stabiliteit nog weinig sprake kan zijn. Vandaar de betrekkelijke waarde der gehouden beschouwingen.

Hoe uiterst voorzichtig men hierbij moet zijn, blijkt waar de Frankische aard verantwoordelijk wordt gesteld voor de weinige emigratielust der Brabanders. Onze Duitsche naburen echter eveneens Franken — zijn bij duizenden naar Amerika ^^^ ilhMk Dat het „vreemdelingen"-element een groote rol speelt, ligtgehjk in elke groote fabriekstad toch wel eenigszins voor de hand. Om hier van kolonisatie te spreken lijkt mij hachelijk. Ook hier weer blijkt de groote kwalitatieve beteekems van het Joodsche element,

vooral in het geven van leiding. uTNTP

Ik herhaal: een interessante studie. J. v. m

Franz Petri, Germanisches Volkserbe in Wallonien and Nordfrankreich. Die frankische Landnahme in Frankeich und den Niederlanden und die Bildung der westlichen Sprachgrenze. XLiV Seiten, 6 Tafeln, 47 Text- und 2 Übersichtkarten. Ludwig Rohr-

scheid Verlag, Bonn 1937. Prijs Rm 35.—■

Sinds de geografen, ongeveer in het midden der XlVde eeuw d Romaansch-Germaansche taalgrens determineerden,hebbende vele problemen die daarmee samenhangen, onafgebroken de belangstel ling gehad van de onderzoekers der land- en volkenkunde van West-Europa. Wel leek het of al spoedig het „zuiver geografisch moment uitgeput was, en daarmee verdween de volle belangstelling der aardrijkskundigen: de grens ligt -- reeds sedert eeuwen

zoo goed als vast (op de kaart). De strijd om de ProWemen is en wordt dan ook in de eerste plaats gestreden tusschen historici,

archeologen en linguisten.

Een der belangrijkste vragen is die naar het ontstaan der tegenwoordige taalverhoudingen die, naar men weet, teruggevoerd wordt op de vraag naar het wezen der Volksverhuizing. De meeste aanhangers vond tot nu toe de theorie, waarin alleen sprake is van Frankische, dus Germaansche, machtsexpansie in tegenwoordig Romaansch gebied. Daar tegenover staat de opvatting, dat in Noord-Gallie wel degelijk groote Germaansche volksmassa s