is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

G. Pilhofer : Felszeichnungen im ehemals deutschen Teil von Neuguinea. Archiv für Anthropologie, Neue Folge, Band XXIV, Heft i, 1937.

Pilhofer beschrijft de door hem waargenomen rotsteekeningen in een grot, gelegen in het achterland van Finschhafen, in de nabijheid van het dorp Hapao aan de Gao-rivier. Deze teekeningen bevinden zich in nauwe spleten, waarin men nauwelijks de hand kan steken. Tentijde dat die afbeeldingen aldaar op den rotswand zijn gemaakt, moeten de plaatselijke verhoudingen dus wel andere zijn geweest dan thans. De inlanders aldaar beweren, van hun voorouders gehoord te hebben, dat die teekeningen daar altijd zijn geweest. Door opgravingen ter plaatse konden geen voorwerpen gevonden worden, overeenkomend met de op den rotswand afgebeelde.

De figuren blijken in den harden rotswand ingegrift te zijn, hetgeen zeker moeilijk moet zijn gevallen.

Uit het feit, dat men uit de ingegrifte lijnen veel stof, ontstaan door verwering, kon verwijderen, kan men afleiden, dat die afbeeldingen tamelijk oud moeten zijn. Zij schijnen aldus gemaakt te zijn, dat het voorwerp tegen den rotswand werd gedrukt en dan een omtrekteekening werd gemaakt, welke door ingriffing werd verdiept. Hiervoor pleit, dat alle voorwerpen den indruk maken, in natuurlijke grootte te zijn voorgesteld. Bovendien ziet men driemaal een menschelijken arm met hand in de natuurlijke grootte.

Onder de afgebeelde voorwerpen ziet men bijlen van een type, sterk afwijkend van de bijlen, die in deze streek door de inlanders werden gebruikt. Verder herkent men een piekel, een knots, een menschelijke figuur, een vogel, sikkelvormige, driehoekige en cirkelvormige figuren.

Welke menschen deze afbeeldingen aldaar in den rotswand hebben gemaakt, is ten eenenmale onbekend. Voor het vraagstuk der herkomst van de bevolking in dit gebied kunnen zij misschien van groote beteekenis zijn. J P. Kleiweg de Zwaan

Hentschel, E., 1936. Allgemeine Biologie des südatlantischen Ozeans. Wiss. Ergebn. D. Atl. Exp. „Meteor" 1925—1927> deel XI, afl. 2. Walter de Gruyter & Co., Berlin, Leipzig.

Aflevering 1 behandelde de oppervlakkige lagen der zee van O—50 m diepte. In aflevering 2 wordt als eerste hoofdstuk het plankton van de diepere lagen behandeld. De verschillen in dichtheid van het oppervlakte-plankton bleken afhankelijk te zijn van de verschillen in hoeveelheid voedingsstoffen in het water. De verschillen in dichtheid van het plankton in de diepere lagen van de zee loopen nu parallel hiermee, omdat de voedselbron van de organismen • in deze diepere lagen gevormd wordt door de naar beneden zinkende resten van de organismen uit de hoogere lagen. Het tweede hoofdstuk van deze aflevering bevat de uitwerking van een geheel nieuw principe, een verdeeling van den Zuid-Atlantischen Oceaan in 11 biogeografische