is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. Het materiaal der wanden. Bij het zoeken naar mogelijke ontstaanswijzen van onderzeesche canyons zal blijken, dat de aard van het materiaal, waaruit zij gemodelleerd werden van de allergrootste beteekenis is. Het is echter niet eenvoudig hiernaar een onderzoek in te stellen. Toch is het zoowel aan Stetson als aan Shepard gelukt met zware dreggen langs de wanden te slepen en stukken uit het vaste gesteente los te rukken. Ook met normale loodingstoestellen zijn van de zachtere vulling op den bodem monsters opgehaald. De resultaten met deze methoden verkregen, zijn echter zóó verschillend, dat een oordeel over de algemeene samenstelling nog niet kan worden gevormd.

Shepard (lit. 10) is van meening, dat wij bij de West-Ameri-

Fig. 10. Verspreiding van de canyons langs de kusten van de Vereenigde Staten.

kaansche canyons over het algemeen met harde gesteenten te doen hebben. Zelfs granieten zouden in de wanden worden aangetroffen.

Stetson (lit. 16) vond in canyons aan de Oostkust van Amerika sub-recente afzettingen, die wellicht een oude opvulling van de canyons zijn, in interglacialen tijd afgezet. Op de Georges-bank echter (lit. 15) werd de oorspronkelijke vaste wand van de canyons aangetroffen, die uit tertiaire sedimenten bleek te bestaan, die flauw zeewaarts hellen, terwijl laat-glaciale tot recente modder de zwakkere hellingen en den bodem bekleedt. Ofschoon dunne, harde lagen' niet ontbreken, is volgens Stetson de aard der gesteenten over het algemeen brokkelig zand en zachte klei.

Behalve door directe waarnemingen is het ook mogelijk langs beschouwenden weg tot een opvatting over den aard der wanden te komen. Wanneer een rivier een dal uitsnijdt, zijn er (wanneer