is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 3, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oock eenige waren die lichtelyck brant souden mogen veroorsaecken; 't selve wel expresselyck verbiedende, maar wel omme met rommelinge, item sulcke lichte waren te beleggen, daerdoor 't voorsclir. gebou niet en kan gecrenct ofte verswackt worden en de gemeente met dickwils op en aft' te doen verhindert worden".

Art. 21. //Dat van gelveken nae het overlyden van hen beyden, syn Testateurs Erffgenamen alle Sondagen, voor en nae noen, beedagen, in de weeke, als syluyden ofl' de naegenoemde voochden, tot zulkx by den dienaren van der gemeente sullen vermaent worden, soo na als voor den middagh, gehouden sullen syn jegens den tyt van de predicatie, ofl' by aencompste, beyde de deuren, soo achter als voren van de gangh, op 't voorschr. grote gebou responderende, mitsgaders de deuren van 't voorschr. grote gebou self's te openen en deselve gemeente de voorschr gangh ende "t grote gebou vry ende onbehindert te laten gebruyeken, sonder yet daerinue te setten, ofte oock eenige romïnelinghe, coopmanschap ofte yet anders te brengen en staen laten."

Art. 22. // Dat syluyden oock gehouden sullen syn, alle weecken het voorschr. grote gebou te veegen en de gangh schoon te houden, sulx als sy comparanten in hun leeven gewoon syn te doen, mitsgaders in de somer by heete dagen de deure na dien tuyn toe op te setten en 't heek in de plaetse om lucht te scheppen."

Art. 24. //Ende ten einde de predicatien ter voorschr. plaetse altoos in alle gerustheyt ende stilligheyt mogen worden gehouden, heeft hy Testateur geordonnert ende gewilt, dat de twee huysen voren genoempt, staende op de