is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 3, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Coningsgïaft ofte Cingel, ten geenen tyde sulleii mogen worden verhuurt aan luyden eenige neringe ofte ambacht doende, gerucht ofte geklop bybrengende; ofte aen degeene die quade genegenheyt aan de voorschr. syne gemeente soa mogen hebben, sulx dat derselver Predicatie ende exercitie van religie daardoor eenige hinderinge ofte verstoornisse soude mogen lyden; 't selve wel expresselyck mede verbiedende op de verbeurte van hondert guld. aen den armen van de Alinoeseniers te betalen, "t eleken reyse als sulx soude mogen geschieden by syne Erfgenamen."

Art. 30. //Willende en ordouneerende voorts ende met eenen syner vrunden ende Erffgenamen expresselyck, also op soodanige conditiën het gebruyck van 't voorschr. grote gebou en gangli ten fyne als vooren de voorschr. gemeente geconsenteert is, dat men altyts ten laste van syn Testateurs Erffgenamen, soo voor als na de Predicatie ordentlick Davids Psalmen sal singen en niets anders, en by contraventie telcken reyse op de verbeurte van vier ponden Vlaams, als twee ponden ten behoeve van 't arme weeshuys, en de twee ponden Vlaams ten behoeve van de Almoeseniers binnen deser stede."

Art. 31. //Dat oock in 't inkomen van 1t volck tot laste van de Erffgenamen gelesen sal worden een capittel, twee oft meer, uytte Nieuwe Testament, omme door middel van dien alle elappinge te weren.'

Art. 32 //*Dat vooren de Dienaars beneflens de voogden ende de voorschr. Harmen Hendricks van Ellempt ende Elisabet Cuypers en hunne naerkomelingen met ernst sorge sullen dragen dat ordentelick magh toegaen ende eenige persoonen daartoe te bewilligen met geit, tot laste van de