is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 3, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een1 blinde, is opgevolgd. De eerstgenoemde genoot voor zijne diensten een tractement van ƒ 200; later is deze som verdubbeld. Daar het al spoedig bleek, dat de toon van het speeltuig te zwak was voor het gebouw, zoo heeft men in 't jaar 1790 en nog daarna aanmerkelijke verbeteringen er in aangebragt.

Wat nu het uitwendig voorkomen der kerk aangaat; zoo vindt men daarvan eene af beelding bij Domselaar: Beschrijving van Amsterdam, en voorts bij Montanus en Commelin in hunne Beschrijvingen, waarop men altoos dezelfde voorstelling, nu eens in grooter dan weder in kleiner maatstaf, aantreft. Men ziet er het gebouw van de noordzijde met een plein er voor, daar namelijk waar nu een gang van den Singel tot aan het einde der kerk loopt, en eenige kleine bijgebouwen, strekkende tot aan de Roomsche kerk *) staan. Deze ruimte was toen een plein, doch op verre na zoo groot niet als het op die afbeeldingen voorkomt, op welk plein de achtergebouwen der huizen van den Singel en van de Vesten uitkwamen. De gemeente had op dien noordwestelijken hoek van dit plein, waar vóór

*) Deze kerk, van outls de Krijtberg genaamd, schijnt in 1663, ten tijde der afbeelding bij Domselaar, reeds te hebben bestaan, echter alleen in 't geheim. Volgens eene oude grondteekening sirekte een gedeelte van het huis van zekeren Kloris Pieters tot voorbij de Doopsgez. kerk; en daar achter volgt het gebouw door den naam „Krijtberg" aangeduid, wat dus waarschijnlijk tot voornoemd huis behoorde. Op den nu gesloten doorgang aan de Hoerengracht, die tot dat gebouw leidde, stond nog niet veel jaren geleden de naam van „Krijdberg." Nadat in 1578 de Hervorming te Amsterdam tot stand gekomen en de Gereformeerde kerk de heerschende geworden was, mogten noch de Roomschen, noch ook de andere Dissenters geheel openbare en in het oog vallende kerkgebouwen en vergaderplaatsen hebben.