is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 3, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bende dat eenige in Holland gevangen Wederdoopers als hun medepligtige genoemd hadden zekeren Gort/en van Goer, wonende aux Fouxbourgs de cette ville d'Arnhem, dadelijk a toute extréme diligence et discrétion possible, hun werk hebben gemaakt om dezen persoon op te sporen, wiens huis zij ook gevonden hadden, maar hem zeiven niet. Sedert uit Holland onderrigt, dat een zeker gevangene te Utrecht aangaande gezegden Joryen van Goer naauwkeuriger inlichtingen zou kunnen geven, hadden zij geschreven aan den Schout te Utrecht, met verzoek om dien gevangene in 't verhoor te nemen en diens bekentenis over te zenden. Genoemde Schout had daarop zijn substituut overgezonden met de bekentenis, maar voordat deze bereid was daarvan mededeeeling te doen, had hij zich eerst verzekerd van het regt van confiscatie als hem toekomende; waarna bij naauwkeurig onderzoek gebleken was, dat gen. Joryen van Goer reeds voor geruimen tijd zijn huis verlaten had, zonder dat iemand wist waar hij gebleven was.

Na de bevrijding van de Spaansche heerschappij komt er eenige verademing. Uit de instructie van de Stadhouders straalt reeds een meer milde geest. Wel is geene openbare godsdienstoefening voor anderen dan voor die van de Gereformeerde religie toegelaten, maar de deur is toch geopend, om zonder gevaar voor vervolging bekend te staan als behoorende tot eene andere religie. In de instructie voor den Stadhouder Adolf Graaf van Nieuwenaar en Meurs, van 26 Junij 1584 *, vinden wij het volgende

*) In de Kronijk van Arnhem, door G. van Hasselt, wordt van dezen Graaf melding gemaakt bladz. 228—230, 239.