is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 3, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hierop betrekkelijk: Syne Geil. sal de Gereformeerde religie, welke wy uit sonderlinghe genade Gottes hebben, handhaven und beforderen, dat die allein en geen andere reli-

gien in deze landtschap meer exerciert worde Edoch

sal niemand van wege der religie, uitgenomen kerckendienaeren mit inquisitie oder examinatie bezwaert werden.

Van gelijken inhoud en strekking schijnt ook de instructie voor Prins Maurits te zijn geweest, bij zijne aanvaarding van het stadhouderschap over Gelderland in 159Ü f.

Stellige bewijzen voor het aanwezen van Doopsgezinden te Arnhem vinden wij niet vóór het jaar 159J.

Op dat jaar treilen wij in het Raad-signaat een berigt aan, dat in menig opzigt merkwaardig is. Daarin wordt gewag gemaakt van twee Kerkedienaren (Hervormde Predikanten), die wel niet met name genoemd worden, maar toch van elders bekend zijn, en ook in een later Raadsignaat, zoo straks te melden, voorkomen. Een van deze is Johannes Pontanus, een man van groote bekwaamheid en krachtigen geest, die een grooten invloed heeft geoefend en een belangrijke rol heeft gespeeld in de godsdienstige en staatkundige twisten der zeventiende eeuw. In 1578 werd hij als eerste Hervormde Predikant te Arnhem beroepen en heeft de zaak der Hervorming groote diensten bewezen. Op magtiging van het Hof van Gelderland, reisde hij de Velawe rond, om overal de overblijfselen der pauselijke superstitiën uit te roeijen, Predikanten aan te stellen

f) Volgens Blaupot ten Cate, Geschiedenis der Doopsgezind) n in Holland enz., Deel I, bladz. 188. Deze instructie heb ik evenwel niet

gezien.