is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 3, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Haas in het huwelijk is getreden, dat deze W. de Haas zijn' schoonvader is opgevolgd in de administratie, en na ziju dood vervangen is door zijn zoon A. de Haas, met wien in 1797 onderhandelingen zijn aangeknoopt tot afgifte van het fonds; dat, A. de Haas nu overleden zijnde en zijne weduwe en kinderen behoorende tot de Gereformeerde belijdenis, eene voorziening in dezen hoog noodig was, daar // thans werkelijk dit fonds, ingerigt ad pios atque religiosos usus voor de Doopsgezinde godsdienst en gemeente, zich op eene onwettige wijze bevindt in handen van een particulier huisgezin, welke daarmede, zonder eenige rekenschap of verantwoording van hetzelve aan de gemeente te doen, naar willekeur handelt, ja zelfs in handen van hen, wie de godsdienst en gemeente niet zijn toegedaan, waartoe en voor wie het ingerigt en gegeven is, nademaal het thans aan deze gemeente, welker financieële omstandigheden zeer ongunstig en deplorabel zijn, en welke nog met ledematen te Arnhem wonende is verbonden, volgens de inrigting summo jure toebehoort."

Yerder wordt nog als motief aangevoerd, dat er te Arnhem geene behoeftige lidmaten zijn, die uit het fonds zouden moeten ondersteund worden; dat het geheele doel van dit fonds dus te Arnhem ophoudt en binnen Zutphen tot alle einden van derzelver inrigting gebruikt worden kan; dat ook de drie vrouwelijke lidmaten, nog te Arnhem wonende en met name genoemd, er geen bezwaar in zouden maken dat // dit fonds aan de regte eigenaren en wettige administrateurs, zijnde deze gemeente" overgaat. — Op alle welke gronden het verzoek aan Zijne Majesteit wordt