is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 3, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En dat dien ten gevolge is gedifficulteerd in UI. gedaan verzoek, strekkende om in de possessie van voornoemd fonds of Erf te worden gesteld.

Tk heb de Eer enz. Amsterdam, 5 van Hooimaand 1810.

Hierop schijnt de kerkeraad van Zutphen zich gewend te hebben tot den kerkeraad der Amsterdamsche gemeente bij missive van 8 Sept. 1810, om zijn doel te bereiken, maar ontving het volgende antwoord, namens Dienaren en Opzieners der Yereenigde Doopsgezinde gemeente, onderteekend door den toenmaligen leeraar li. Koopmans.

4 Oct. 1810.

....// Wat aangaat het Arnhemsche fonds, daaromtrent zijn u bekend de pogingen, die wij voor eenige jaren ten uwe voordeele bij wijlen A. de Haas gedaan hebben. Dit heeft niet willen gelukken. En nu hebben wij geen het minste regt om over dat fonds te beschikken. Uit liet decreet des Konings, ook ter uwer kennisse gebragt, is voor ons geproflueerd het houden van toezigt over de administratie, die dadelijk plaats grijpt tot zoo lang er mansledematen zijn, die zulk een toezigt niet behoeven."

// Wij hebben dus vermeend niet meer te kunnen doen dan de tegenwoordige leden der Arnhemsche gemeente te verzoeken, dat zij ons jaarlijks van dat fonds naauwkeurige rekening doen, opdat wij mogen beoordeeleu hoe hetzelve bestuurd wordt en alzoo daarover toezigt houden. — Hieruit volgt van zelfs, dat wij niet kunnen effectueeren, dat het in uwe handen gesteld en ten nutte van uwe gemeente gebruikt wordt."