is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 3, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zegen van God een middel kan worden om eene afdeeling van ons genootschap te meer te doen ontstaan.'

Zeker kon de briefschrijver, de toenmalige scriba van den kerkeraad, Ds. J. van Gilse, niet vermoeden dat reeds 12 jaren later die wensch tot vervulling zou komen. En toch is dit geschied. Het bestaan van eenig fonds is daartoe een krachtig middel geweest. Van tijd tot tijd werden eenige Leeraren uit onze gemeenschap uitgenoodigd, om voor de hier wonende en steeds in aantal toenemende Doopsgezinden een predikbeurt te vervullen in de Luthersche kerk, die daartoe welwillend werd afgestaan. Zoo werd belangstelling levendig gehouden en ontkiemde langzamerhand de wensch om hier ter plaatse eene zelfstandige gemeente te vestigen. Door de ijverige en volhardende bemoeijingen van de broeders M. van Heukelom, Joh. Ass. Doyer en P. Leendertsz Cornz. vereenigden zich de Doopsgezinde leden ten getale van 28 in het besluit, om zich tot eene gemeente te constitueren. Als voorloopig gekozen Opzieners van de te vestigen gemeente wendden gen. broeders zich per request tot de Hooge Regering des lands dato 10 Maart 1851, waarin zij, na mededeeling te hebben gedaan van het voornemen tot oprigting eener gemeente alhier, te kennen geven: // dat adressanten in het onzekere verkeeren of voor het zich reconstitueren als Doopsgezinde gemeente alleen voldoende is de wil en de werkelijke vereeniging der te Arnhem wonende Doopsgezinden, dan wel of, om als zedelijk ligchaam weder erkend te worden, daartoe ook noodig is eene uitdrukkelijke erkenning van Uwe Majesteit, — dat, hoezeer zij daartoe in de Grondwet of in eenige andere gewone wet geene directe voorschriften vin-