is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 3, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij hebben reeds vermeld hoe zij Gorkum, Vianen, Schoonhoven, Asperen, Arnhem meermalen te gemoet kwam door het vervullen van predikbeurten. Zij gaf ook op andere wijze hulp. Wel werd in 1 770 een verzoek van de gemeente te Nijmegen om eenige ondersteuning voor de predikdienst geweigerd, maar twee jaren later verbond men zich tot eene jaarlijksche bijdrage van f 25. Vele jaren achtereen gaf men aan de gemeente te Nieuwvliet in het land van Cadzand vier dukaten voor de. predikdienst, en hielp men een arm huisgezin onderhouden. Ik ga eene menigte andere ondersteuningen van dien aard met stilzwijgen voorbij, maar kan verzekeren, dat men zich zelden afkeerde van degenen, die iets verzochten voor kerk of armen. Had men niet in 1690 ƒ 1200 bijeengebragt voor de Paltz, en dat in een jaar waarin men ƒ60 gaf voor een slagtbeest van 620 pond? Het verhinderde niet, dat men vier jaren later nog eens ƒ 1194 voor dezelfde broeders bijeenverzamelde. In 1719 werd er ƒ 430 gecollecteerd te behoeve van Norden; in 1713 / 885 voor de Pruissische Vrienden, en drie jaren later weder ƒ 800 voor dezelfden; terwijl in 1766 een som van f 846 voor de hulpbehoevenden in Piemont bijeen werd gebragt. Geen wonder, dat de Luthersche gemeente te Nijmegen, den 13den April 1756, eene bijdrage verzocht van onze gemeente om eene nieuwe kerk te kunnen bouwen, waaraan echter niet voldaan werd.

Doch waartoe meer? De geschiedenis is eene leermeesteresse der volken, hoewel zij soms te worstelen heeft met zeer onbevattelijke en stugge leerlingen. Licht en schaduw zijn uit het verleden voor ons opgerezen, en nevens het goede, dat onze navolging verdient, zagen wij veel, dat den