is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 3, 1863, 01-01-1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan vijfduijseiid doopsgezinde Leden geweest, die nu het derde deel geensius kunnen halen. als men de Oorzaaken zoekt, die zijn ligt te vinden, vooreerst het groot vermogen en rijkdom zoo ongemeen, aangewassen, is het tegengift van 't oude doopsgesinde wesen: dat een nedrig, duijkend volk, weijnig toegang tot hooge Staats-mannen had, nu in gemeensaamen ommegang, huwelijken en andere handelingen, ongevoelig na staat en ampten wegsleept, en door de trap van geit, die van Eer beklimt. daar by komt dat de heijlsaame verdraagsaamheit by veel word misbruijkt tot onverschilligheit: dat wij in wijsheijt zyn toegenomen, zyn wij in zedige eenvoudigheijt vermindert, de Ouden hadden minder van den boom der kennis, wij minder van den boom des wellevens gegeten.

UWE Bekende Vriend.

1740: 15u van grasmaand.

BI. 1. Ik geloof, dat de schrijver zich vergist, als hij van het boekje van J. H. Y.P. N. (C. van Gent) spreekt als voor de eerste maal gedrukt in 1614 en later herdrukt in 1650. Volgens de voorrede is het eerst in 1615 geschreven, zonder bepaald voor de pers te zijn bestemd, en toen het in 1658 (niet 1650) werd uitgegeven, werd den lezer berigt, dat t/ dit geschrift van handt tot handt, zoo 't schijnt, is overgeërft en eyndelvck" den uitgever ,/van seecker vriendt geleent geworden." Deze uitgever had het v doen copiëren ende drucken."

BI. 3 en 4. De schrijver noemt op deze bladzijden behalve de Huiskoopers, de Vlaamsche, de Hoogduitsche, de Vriesche, de Waterlandsche en de Groningsche gemeente.