is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 4, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit de ooren der konijnen eene gepaste stof meent te kannen afleiden tot leering en stichting zijner hoorders. "Dit weinige strekke ten bewijze, dat wij zeer onbillijk zouden wezen tegenover de Hies, indien wij op de fouten van zijn preektrant een al te groot gewigt legden, en bet niet veeleer hoog waardeerden, dat hij voor dergelijke beuzelachtige woordspelingen het doel der Evangelieverkondiging niet uit het oog verloor

Ook wat het uiterlijke betreft, muntte zijne prediking zeer uit boven die van zijne tijdgenooten. Zijn stijl, dien wij alleen beoordeelen kunnen uit de weinige stichtelijke werkjes en tractaten, die wij nog van hem bezitten, draagt eene sterk bijbelsche kleur, en onderscheidt zich veelal door bondigheid en kracht, vooral daar, waar de Ries zijne vermaningen in den vorm van Spreuken heeft gegoten *). Hoeveel gang en gloed er in zijne preken geweest moet zijn, kunnen wij opmaken uit het volgende fragment uit zijne Onderrichtinghe van des levens spijs ende Branck, ook bekend onder den naam van V Fonteyntien \ // Merckt aen," zoo spreekt hij daar, // Merckt aen, O ghy alle, die daer //hongert ende dorstet, ghij die dat leven dijnder zielen die //eeuwighe ghenade ende dat onverganckelijck licht sijt //willende ende begerende, ziet hier wert u gheopent, ver// tooDt ende aenghewesen, oort ende plaetse waer het selve // alleen kan ende moet ghevonden ende vercreghen werden,

*) Zie het SticMelijck Traclaet, van Hans de Kies, dat even als V Fontei/ntien in het aanhangsel van 't Kort-Verhaei is opgenomen. Wie den stijl van de Ries wenscht to kunnen beoordeelen, leze daarenboven de voorrede, van zijne hand afkomstig, die geplaatst is voor het Martelaarsboek, 't welk onder zijn toezigt is uitgegeven.