is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 4, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

// naer ghenoechsame beproevinghe by de Ghemeenten ghe// daen, ende goet te sijn bekent werdt tot den druck af // te verdigen." *).

Langen tijd heeft men gemeend, dat de Ries het hem opgedragen werk nog dat zelfde jaar heeft volvoerd, en toen reeds de bekende Belijdenis van II. de Ries en Lubbert Gerritsz. opgesteld heeft. Dat dit niet zoo is, zullen wij later aantoonen ; thans hebben wij alleen te melden, dat hij in 1581 nog eene korte confessie heeft uitgegeven, enkel handelend over het in zijn tijd veel besproken leerstnk der menschwording Christi; hij gaf dit geschrift uit onder den titel van: Sejndt-brief waerin begrepen is een corte Bekenlenisse bevesticht met de 11. Schrift, van eenighe stuchen betreffende de Mensheyt Christi, ende het voort-comen desselves +). Daaraan is toegevoegd een //Bewijs wt // der II. Schrift, dat Maria is van den sade oft gheslachte // Davids." Dit dogma is door de Ries zeer dikwijls behandeld, en in verscheidene zijner geschriften door hem besproken. Hoe hij over dit leerstuk dacht, kunnen wij opmaken uit eene stelling van de Ries, welke ons door Hen-

*) Zie Blaupot ter» Cate, G. d. D. in Holland, enz. I. p. 35, 122 en 123; — Wagenaar, Amsterdam, 2e Stuk, p. 192 (in fol.); — Cuperus, Manuscript, p. 66 en p. 5 van de voorrede van 't Klaer Bewys van de Eeuwiglieydt ende Godheyt Jesu Christi, door Hans de Rijs.

t) Dat dit boekje inderdaad van de hand van de Ries afkomstig is, blijkt uit de naauwkeurige en juist hierop sluitende opgave van Maatschoen (Schyn, a. w. II. p. 492); merkwaardig(!!) is de overeenkomst van den titel van dit geschrift met dien van een stuk, door Blaupot ten Cate, (G. d. D. in Holland, enz., II. p. 215 en 216) als een werkje van Dathenus opgegeven, dat ten opschrift draagt: Sendt-brief waer in begrepen bekentenisse van eenige stukken betreffende de menschwording Christi, 1581.