is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 4, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij gelegenheid van den strijd, dien hij in vereeniging met Jacob Jansz. Schedemaker gevoerd heeft tegen Pieter Cornelisz. *), v Dienaer des Woorts Gods in de Kercke Christi //tot Alkmaer." Deze zond den 10den Augustus 1591 aan Jacob Jansz. een geschrift, getiteld: Argumenten ende Bewysredenen, daer-men met ende wt des Heeren W oort bewegen toert, dat niet alleen een Christen met goede conscientie dat Ambt der Overheyt bedienen en mach: Maer dattet oock Christenen moeten ende behooren te zyn, die het in alle zyne deelen recht, nae des Heeren Woort ende zyn ordinantie, sullen bedienen." Dit geschrift bevatte zestien argumenten, waarin betoogd werd, dat het ambt der overheid van God ingesteld, door liet Oude Testament gewettigd, door het Nieuwe niet opgeheven, en van de Apostelen in eere gehouden en gehandhaafd was; dat het door den toestand der wereld werd vereischt, dat Menno Simonsz. het had erkend, en dat vele Doopsgezinden zelve overheidsambten waargenomen hadden. Daarop stelde Jacob Jansz. met Hans de Eies tegen dat geschrift een stuk f) over,

*) Te dier tijde waren er te Alkmaar twee leeraren 'van dien naam, een Gereformeerde en een Doopsgezinde. Van den eerste spreekt Gijsbert Boomkamp [Alkmaer en deszelfs Geschiedenissen, p. 190); hij was reeds in 1573 aldaar werkzaam als prediker van de Hervormde Religie. De andere was (cf. p. 422 van 't aangehaalde werk) onder de ."predikers der Mennoniten," die in 1592, met toestemming van eenige bnrgermeesteren, door de Gereformeerde Predicanten werden uitgedaagd tot eene disputatie over den Kinderdoop. Dat wij hier met den eerstgenoemde te doen hebben, blijkt o. a. daaruit, dat de schrijver van de Grondighe Wederlegginghe in zijne 2e voorrede, de Doopsgezinden „Wederdooperen" noemt.

+) Dit stuk is getiteld: Nooticendige Yerantwoordinge der Yerdruckter Waerheyt, door Jacob Jansen mei hulpe van een zijndtr ilede Dienaren.