is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 4, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/•/ de vooruaemste Ouderlingen der Ghemeynte niet tegen// woordich" waren. Pieter Andriesz. schijnt, meer nog dan de beide andere leeraren, Reynier Wybrandtsz. en Cornelis Claesz., de zaak te hebben doorgedreven; anders hadden welligt de pogingen van Nitterts vrienden om de tegenpartij tot zachtheid te bewegen meer uitgewerkt. Dezen deden al wat zij konden om het geschil te vereffenen; tot dat einde ging Nittert nog daags vóór 't Avondmaal, van een broeder vergezeld, tot Reynier Wybrandtsz., gelijk ook nog twee diakenen en verscheiden broeders daartoe op dien dag zich bij de leeraren vervoegden; maar al die pogingen bleven vruchteloos *). Toen de vrienden van Nittert bemerkten, dat zij met zachtheid niets wonnen, rieden zij hem ook tegen den wil zijner ambtgenooten deel te nemen aan 1t Avondmaal f). Hij liet zich door hen overreden, en begaf zich des anderen daags naar den // grooten Spijcker," de kerk, waar het zou gevierd worden. Daar gekomen, ontmoette hij in //'t voorhuys" de drie andere leeraren. Nadat Pieter Andriesz. met Reynier Wybrandtsz. en Cornelisz. Claesz. // in een Camerken alleen ghesproocken hadde," trad hij op Nittert toe met de vraag, of hij voornemens was mede ten Avondmaal te gaan. Toen deze bevestigend antwoordde, trachtte de ander hem van zijn voornemen af te brengen; Nittert echter verklaarde in zijn beslnit te volharden: //soo ick," zeide hij // u ofte yemand wat mis// daen hebbe in woorden ofte in wercken, dat bidde ick,

*) Oprechtigheyd Letter B fol. 4; — Apólogia Pg. 11; Onlilhckheyd Letter B fol. 1; — Redenen ende verthoomnghe enz. Pg. 4.

f) Onbilliclcheydy t. a. p.